De markt is gek – wat nu?

De afgelopen tijd heb ik me hier – laten we zeggen – lopen opwinden over een aantal zaken in de wonderlijke wereld van de inzet van flexibele medewerkers, variërend van bizarre bemiddelingsconstructies en niet goed nadenkende of al te gemakzuchtige klanten, tot het bestaan van inkoopprocedures die door hun juridische insteek niet echt geschikt zijn om ‘het beste’ uit een markt als deze – de markt van mensen en hun kennis en expertise – te halen. En over het feit dat een en ander in mijn opinie niet bijdraagt aan een professioneel gemanagede flexibele arbeidsmarkt. En dat het anders moet. Lekker klagen, dus.

Maar misschien is het een goed idee om ook iets constructiefs te zeggen.

Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat we hier deels te maken hebben met aanpassingsproblemen aan een nieuwe – of in elk geval andere – arbeidsmarkt. Aan de ene kant partijen die het nog erg lastig vinden om hun personeelsbehoefte strategisch in te schatten omdat ze daar te weinig inzicht in en nog geen methode voor hebben – wat leidt tot ad hoc-gedrag en bij vlagen onmogelijke eisen (dit even los van ‘noodsituaties’, waarbij plotseling een vaste kracht uitvalt bijvoorbeeld). Aan de andere kant partijen die er geen been in zien om daarvan te profiteren, evenals van de lastige situatie waarin een aantal zelfstandigen of kleine bedrijfjes nu zitten.

Bij wie zit nu de mogelijkheid – én het belang – om hier verandering in te brengen? Vooralsnog niet bij de bemiddelaars, lijkt me. Ook niet bij de kleine zelfstandigen… De victorie zal moeten beginnen bij de klant. Als eerste: beter inzicht in de behoefte aan medewerkers op korte en middellange termijn en de stromen (wie gaat erin, wie gaat eruit, op welke termijn etc.) en op basis daarvan strategische prognoses maken én gebruiken. Ten tweede: zelf- en kwaliteitsbewust inkopen. Weten wat er in de markt te koop is, welke tarieven daar bij horen en net zo lang onderhandelen tot je waar krijgt voor je geld. Niet accepteren dat er een kloof gaapt tussen wat je als klant betaalt en wat je uiteindelijk geleverd krijgt. Ten derde: evalueren. Tijdens en na afloop van een project of interimperiode je continu afvragen of het gebodene in overeenstemming is met de verwachtingen en doelstellingen. Het eerste is niet van vandaag op morgen geregeld; maar de punten twee en drie kun je bij wijze van spreken nu direct in de praktijk gaan brengen.

Een belangrijk startpunt bij de vraag: hoe zorg ik ervoor dat ik krijg wat ik nodig heb tegen de beste voorwaarden, is de beschrijving van de opdracht. Morgen daarom in de rubriek Ploegen plus een artikel over het maken van een briefing: wat moet daar allemaal in, hoe stel je een briefing zo op dat de potentiële leverancier exact weet wat er geleverd moet worden (en onder welke condities) en de opsteller van de briefing in staat is om te beoordelen of een aanbod aan de eisen voldoet?

Als je dat onder de knie hebt, heb je in elk geval een goede uitgangspositie. En iets waar je altijd op kunt terugvallen.

1 Reactie op De markt is gek – wat nu?

  • Geremore schreef:

    Flexibilisering houdt inderdaad in dat er ook gekeken moet worden welke resources er wanneer kunnen/moeten vertrekken. Hoewel ik van mening ben dat in een beetje groot bedrijf probleemloos 60% van de mensen de straat op kan zonder noemenswaardige problemen voor de productiviteit(of sterker nog: ter bevordering van de productiviteit), moet er in dit kader natuurlijk ook naar sociale aspecten gekeken worden. Flexibiliseren begint dus met ondersteunende voorzieningen (van overheidswege). We hoeven niet ver van huis te kijken om te zien hoe het mensen vergaat die zonder werk zitten; ZZP-ers zijn daar een prima voorbeeld van. Situaties als in de VS waar ex-medewerkers van GM in hun GM-auto moeten leven omdat ze verder niets meer hebben , willen we hier natuurlijk uitsluiten. Toevallig was ik onlangs ook in Marokko, om maar eens aan te haken aan de andere, goed geschreven artikelen op deze blog, ook daar zie je de gevolgen van het ontbreken van de juiste “infrastructuur”: wie daar voor een dubbeltje geboren is, zal daar nooit een kwartje worden. Het doelloos rondhangen van vele mensen, in dit overigens prachtige land, terwijl de kansen en mogelijkheden voor het oprapen liggen belicht natuurlijk nog een ander aspect: ondernemerschap. Ook dat vraagt om enige stimulering, zelfs in Nederland.

    Geremore