Inspiraties – De jacht op een idee

In De jacht op een idee combineert hoogleraar Jos Kessels ‘oude’ filosofische werkwijzen met moderne inzichten. Doel: het vinden van een idee! “Een idee maakt gerichte actie mogelijk. Zij verbindt mensen door een gezamenlijk doel, een gemeenschappelijke waarde of inhoud”. Zo’n idee is geen psychologisch construct, want dat is te individueel, teveel op de gevoelsmatige kant gericht. Het is ook geen wetenschappelijk construct, omdat dat te abstract en te onpersoonlijk is. Een idee is vooral herkenning, een besef dat de wereld te organiseren is tot een kloppend, harmonisch en esthetisch geheel.

Hoe kom je nou tot ‘een idee’? Een idee dat je  niet alleen treft “in je hoofd, maar ook in je hart”? Een idee dat inspireert, raakt en waardoor je je wilt laten leiden?

Kessels gebruikt daarvoor ‘het Socratisch gesprek’. Zo’n gesprek begint met het analyseren van vooronderstellingen, van uitgangspunten en onderliggende visies. Gedachten worden zo herleid tot hun oorsprong, waardoor de essentie zichtbaar wordt. Krijg je op zo’n manier een idee in het vizier, dan is dat vaak in de vorm van een ‘O ja-beleving’. Een idee is ook niet iets dat je bedenkt of in elkaar zet, maar iets dat je vindt. Een voorwaarde daarbij is wel dat het gesprek uitstijgt boven het geven van conceptuele of strategische antwoorden op de vragen; dat gebeurt als deelnemers aan het gesprek het niet aandurven om ook zichzelf te laten kennen. Dan ontstaan er alleen lege, abstracte beelden.

Op deze manier op zoek gaan naar een idee valt niet mee. Eigenbelang, subjectiviteit, emoties, cynisme of gebrek aan verbeeldingskracht zijn allemaal belemmerende factoren. Het is daarom ook geen proces dat in korte tijd kan worden afgeraffeld. Maar lukt het, dan ontstaan inzicht. Dat inzicht is vooral woordenloos weten, maar wordt omschreven in woorden. En dat geeft de mogelijkheid om doelen vast te stellen (strategieën, visies, missies) en te inspireren.

Lessen voor personeelswervers

Een goede campagne bestaat uit een goed inzicht in de wervingsvraag, goede doelgroepanalyses, efficiënte strategieën en een effectieve backoffice. Maar we weten allemaal dat een arbeidsmarktstrategie pas echt kans van slagen heeft als het een door de organisatie gedragen strategie is die wortelt in een positionering die uitdraagt waar de organisatie werkelijk voor staat. Dat het ‘employer brand’ dat je naar buiten uit wilt stralen alleen goed overkomt als het ‘authentiek’ is. Een authentiek employer brand kun je een ‘idee’ noemen: een gezamenlijk vastgesteld beeld, waarvan de betrokkenen zeggen: ja, dat zijn wij.

In dit boek krijgt het ‘idee’ vooral een filosofische lading. Maar denken over de ontwikkeling van gedragen inzichten is tot op zekere hoogte ook een filosofisch (heuristisch, betekenisgevend) proces. Het boek geeft met name zinnig te gebruiken informatie over mogelijkheden, aanpakken, strategieën, voetangels en klemmen in een proces dat van wezenlijk belang is bij de ontwikkeling van een arbeidsmarktstrategie.