Het Nieuwe Werken of Enge Controle

Jaren geleden was een aantal ministeries bezig met wat toen heette: ‘plaats- en tijdonafhankelijk werken’. Dat hield in dat het computernetwerk ook vanuit huis bereikbaar was – met behulp van een apparaatje dat een toegangscode genereerde – en dat de telefoons geen snoer meer hadden. Tegenwoordig staan kranten en blogs vol over over Het Nieuwe Werken. Als ZZP’er ben ik natuurlijk een ‘nieuwe werker’-eerste klas. En over het algemeen bevalt het me prima, leuke, leerzame, inhoudelijke klussen en een prima work life balance.

Vanmorgen werd er aandacht aan het onderwerp besteed in De Volkskrant, onder de kop: “De baas sluit de deur niet meer af”. En daar stond iets waarvan ik  me afvroeg of het wel helemaal normaal is.

De Grote Roerganger voor wat betreft HNW is Microsoft. Ze hebben een complete hoek van hun website ingeruimd om uit te leggen wat het is en hoe het werkt. Onder het kopje De Mens lezen we een korte geschiedenis van het werk, van fabrieksarbeider tot informatiewerker. Deze laatste “werkt thuis of onderweg, en niet met processen, maar in projecten. Het ouderwetse kantoor is ongeschikt voor de moderne informatiewerker”. Het lijkt me een wat beperkte insteek, maar ja, voor Microsoft zal dat wel gelden. Voor de gemiddelde vuilnisophaler is het nieuwe werken vermoedelijk nog een brug te ver.

Het Volkskrantartikel besteedt aandacht aan de voor- en nadelen van HNW, zoals enerzijds de grotere flexibiliteit en anderzijds de vraag hoe de betrokkenheid van medewerkers gewaarborgd kan worden als de kantoortuin op een duiventil begint te lijken. Ook voor Microsoft is dat een aandachtspunt, maar het bedrijf heeft het volste vertrouwen in hun medewerkers, getuige de uitspraak: “Elke medewerker is coach en adviseur. Hij wórdt niet gecontroleerd, maar controleert zichzelf”.

Aanwezigheid, betrokkenheid en een persoonlijkheidsprofiel

Dat is mooi. En ook dat de teams elkaar drie keer per week zien, van tien tot drie. Maar wat ze doen als ze elkaar – IRL of virtueel – zien, zette mijn nekharen overeind. Tijdens deze bijeenkomsten worden namelijk “het gedrag en de  lichaamsbewegingen van medewerkers aandachtig bestudeerd. Als iemand bijvoorbeeld zijn wenkbrauwen optrekt, wordt direct gevraagd of hij of zij zijn bedenkingen heeft”. Bovendien heeft iedere medewerker een persoonlijkheidsprofiel. Daarin staat hoe mensen in elkaar zitten, zodat introverte mensen “een extra vraag krijgen” en workaholics en perfectionisten ervan worden weerhouden om “door te draven”.

Goed, de medewerker wordt dus niet gecontroleerd, in ieder geval niet op aanwezigheid. Maar dat is blijkbaar vervangen door een psychologische controle. Ik vraag me af wat erger is. Dat er zo nu en dan een baas zijn of haar hoofd om de hoek steekt om te informeren hoe het gaat of dat er ergens een profiel ligt opgeslagen dat bepaalt op welke manier een medewerker benaderd moet worden. Wat staat er verder in dat profiel? Wat gebeurt ermee? Hoe wordt het verder gebruikt, behalve voor die extra vraag of als rem als je een doordraver bent?

Vertrouwen is goed; maar als niet-controleren op aanwezigheid wordt vervangen door een oneindig subtielere vorm van controle onder het mom van “we houden rekening met hoe je in elkaar zit”, geef ik de voorkeur aan een prikklok.