War for talent – maar niet zó

“The war for talent has ended. Talent has won”, las ik laatst ergens. Of dat zo is weet ik niet; in mijn opinie wint uiteindelijk degene die de baas is en dat is doorgaans degene met geld – de werkgever dus. Zeker nu. Deze crisis is de eerste waarin ik mensen uit mijn directe omgeving hun baan zie verliezen – ook mensen die ongetwijfeld tot de groep ‘talenten’ behoorden. Zo makkelijk gaan we blijkbaar met talent om. Bovendien hoort het hele begrip wat mij betreft intussen thuis in de categorie ‘betekenisloze communicatie’, waarin zich al woorden bevinden als ‘flexibel’, ‘uitdagend’, ‘teamspeler’ en ‘uitstekende arbeidsvoorwaarden’.

Maar goed, het woord ‘talent’ heeft zich blijkbaar onwrikbaar vastgezet in het collectief (on)bewuste, gezien ook de collage hierboven. De oogst van slechts twee pagina’s in de Volkskrant afgelopen zaterdag. Zucht. Moet dat nou?

We doen over het algemeen erg ons best om goed met de arbeidsmarkt te communiceren en geven – soms veel – geld uit aan conceptueel mooie campagnes en het zoeken naar een unieke en onderscheidende positionering met (bij)passende proposities.  Daarbij mag je – moet je – vanzelfsprekend ook iets zeggen over degenen die je zoekt. Die positionering en proposities hoeven voor mij overigens niet altijd hyperorigineel te zijn; dat leidt te vaak tot gezochte, abstracte verhalen die vaker niet dan wel bij de doelgroep(en) passen en daardoor hun doel voorbij schieten – maar om nu met z’n allen uit één en dezelfde ruif te gaan eten en de krantenlezer te vervelen met een viervoudige roep om ‘talent’ op twee pagina’s…? Misschien zou het nog niet zo erg zijn als uit de omliggende boodschap zou blijken wat het begrip dan inhoudt, bij deze organisatie en in deze functie. Maar dat gebeurt  niet, zodat het aan de fantasie van de lezer wordt overgelaten om te bepalen of hij of zij ‘talent’ genoeg heeft.

Vervelend

Hoewel ik ook niet precies weet wat er iedere keer bedoeld wordt met de term, denk ik dat niet iedereen een talent is en dat is maar goed ook. Laten we dus vooral normaal doen. Als je nieuwe medewerkers zoekt, zoek je mensen die het leuk vinden om bij te te komen werken, omdat ze je organisatie leuk vinden, of omdat ze zin hebben in de baan die je voor ze hebt. Omschrijf je doelgroep en je baan dan ook in termen die voor hen begrijpelijk en aantrekkelijk zijn en hou je ver van cliché’s. Als je slim bent, probeer je vervolgens om deze mensen ook voor wat langere tijd binnen te houden; dat scheelt straks veel geld. Maar hou op met het zoeken van ‘talent’ of het gebruik van wat voor andere dooddoeners dan ook. Het verveelt mij en ongetwijfeld vele andere lezers en het werkt niet.

Een gedachte over “War for talent – maar niet zó”

  1. Haha, veel mensen overschatten hun capaciteiten, toont recent onderzoek aan. Die voelen zich onwijs aangesproken als ‘talent’. Alleen zit je dan als organisatie met types die geen kritiek dulden, zelfreflectie ontberen en binnen de kortste keren weer vertrekken omdat ze zich niet kunnen aanpassen aan de organisatie. Toch niet zo’n ‘talent’ dan 🙂
    Ik ondersteun van harte je pleidooi.

Reacties zijn gesloten.