De ZZP-bubble

Volgens een bericht op ManagersOnline gaat het economisch herstel vragen om een flexibeler arbeidsmarkt. En dat komt reuze mooi uit, want steeds meer mensen kiezen voor het zelfstandig ondernemerschap. Geregeld! De toekomst van bedrijven is uitgetekend: een vaste kern van medewerkers en een ‘flexibele’ schil van flexwerkers en ZZP’ers.

Dat klinkt allemaal heel mooi. En bekend.

Het grappige is, dat vijftien jaar geleden precies hetzelfde verhaal klonk. M’n scriptie ging er indertijd zelfs over. Er zou een vaste kern ontstaan van ‘medewerkers die met gouden ketenen gebonden zouden worden’, daaromheen een flexibele schil van op regelmatige basis ingehuurde experts en daar weer omheen wat genoemd werd: de klapstoelmedewerkers; die mogen komen als het nodig is en opkrassen als het niet meer hoeft. ‘LIFEM’ (Life Time Employment) en SNIFO (Staat Niet In Funtie Omschrijving) waren uit. Toen heette het ‘mobiliteit’, later werd dat gemoderniseerd tot ‘employability’, en nu horen we termen als ‘flexicurity’. Maar is er aan de basis intussen iets veranderd? Ik heb niet de indruk: twintig jaar geleden wilden bedrijven graag tegen zo laag mogelijke kosten zoveel mogelijk winst maken en dat willen ze nog steeds; een kapitalistische wet waar we niet vanaf komen. Als daarvoor mensen in vaste dienst nodig zijn, komen er mensen in vaste dienst; maar als de economie wat tegenzit, moet iedereen flexibel worden. Desnoods door rare fratsen uit te halen, zoals CMG in 2002 liet zien. Handelen naar de situatie; dat was in 1994 zo, in 2002 en dat is nu weer.

Bubbles en bubbles

In de jaren negentig zouden alle economische wetten fundamenteel veranderen door de opkomst van ICT. Winst maken was niet nodig, de bomen zouden tot in de hemel groeien en werkgelegenheid zou tot in lengte van dagen zo ongeveer volledig zijn. Toen de dotcom-bubble in elkaar zakte, stonden we weer even met twee benen op de grond: hé, de economie werkt toch nog gewoon zoals we al honderd jaar dachten.

Nu is er een flexi-bubble. Veel problemen in de economie en op de arbeidsmarkt zullen worden opgelost door vergaande flexibiliteit. Iedereen ‘werkondernemer’, je eigen werk en loopbaan maken, jezelf verkopen, in een goede worklifebalance voldoende geld verdienen voor een prettig en zinvol leven. En voor een aantal groepen op de arbeidsmarkt zal het ongetwijfeld zo werken. Maar de verdeling tussen mensen in vaste dienst en flexibel werkend is al jarenlang 80% om 20%, hooguit oplopend tot 70% om 30%. De meeste mensen willen gewoon: een leuke baan, leuke collega’s en – ja – zekerheid. Niet iedereen beschikt over de kennis en/of vaardigheden om – voor kortere of langere tijd – zichzelf in de arbeidsmarkt ‘overeind’ te houden. De huidige discussie klinkt dan ook als oude wijn in nieuwe zakken. Kan het zijn dat we in twintig jaar niet veel verder zijn gekomen? En dat de flexibele schil – hoeveel mooie, moderne woorden we er ook voor bedenken – met een beetje pech (ook) een bananenschil blijkt te zijn?

Een gedachte over “De ZZP-bubble”

  1. Beste Annemarie,
    flexwerkers zie ik als de smeerolie die economische machines kan laten draaien in relatie tot de vraag. Ondernemers hebben hier ongetwijfeld baat bij.
    Ik denk dat de grootste verandering zal komen zodra de baby boomers met pensioen zijn. De Europese arbeidsmarkt gaat dat wellicht deels opvangen, maar ook in Nederland zal e.e.a. aanzetten tot daadwerkelijke innovatie, ook op de arbeidsmarkt.
    De druk om te innoveren op de arbeidsmarkt is er naar mijn idee nog te weinig geweest en dan is er niets makkelijkers dan blijven doen wat je gewend bent. Bovendien is ons land ongeveer de bakermat van het uitzendwezen dat al jaren een prima boterham verdient met invulling geven aan flexwerk.
    .
    Ik voorzie dat internet en sociale media een grote rol kunnen spelen bij de innovatie op de arbeidsmarkt. Kijk maar eens naar mijn Talent 2.0 presentatie op slideshare.( http://www.slideshare.net/alhoupart/talent-20-een-nieuwe-visie-een-ander-geluid-door-alexander-crpin )
    Ik zie een ontwikkeling van denken in banen naar denken in talent – werk relaties. Zolang we in banen blijven denken in plaats van klussen, werk dat gedaan moet worden en waaraan een prijskaartje hangt zal blijken dat we barsten van het werk, maar dat dit niet in relatie staat tot banen. Op zich denk ik dat de ZZP groei ook deze richting op gaat. Een ZZP-er neemt klussen aan en werkt met het grootste gemaak voor meerdere opdrachtgevers tegelijk en vult zo de voor arbeid beschikbare uren in.
    Ik heb dit uit de losse pols geschreven en hoop dat je mij kunt volgen, zo dan ben ik gaarne bereid tot nadere toelichting.
    Groeten,
    Alexander Crépin

Reacties zijn gesloten.