Ook als het mooi is, kan het mis gaan

Eén van de redenen waarom ik indertijd op de Alfa ‘viel’ –  naast de fantastische Italiaanse vormgeving (kijk eens hoe de motorkap in de neus overgaat!) en het feit dat-ie groen was natuurlijk – waren de lichtmetalen velgen. Ik vind ze prachtig.

Naar ik later leerde: 17″ ‘Distinctive’ velgen. Geen idee daarvan ten tijde van de aanschaf; die was sowieso behoorlijk impulsief. Maar vergeleken met de (te) vaak erg opvallende en daarom oerlelijke andere velgtypes, vond ik ze, tja… Een soort van organisch en gecombineerd met de kleur gaf dat een ‘groene’ indruk die – jammer genoeg – wel een béétje in strijd is met z’n benzinegebruik. Hoewel één op twaalf met mijn rijstijl nog best meevalt.

Auto-beet

Nu ben ik wel gek op m’n auto, maar erg technisch ben ik niet, integendeel. Voor een lege accu bel ik de Wegenwacht. Maar drie dingen kan ik zelf: de wasstraat bedienen, olie peilen en banden oppompen. Dit laatste bij het benzinestation, met zo’n apparaat waar je vijftig cent in gooit en dan vijf minuten de tijd krijgt om vier banden op te pompen. Dat is in mijn geval altijd inclusief het losdraaien van de ventieldopjes, want ik bereid me meestal niet goed voor. Het is verder ook nog een hele toer om het piepje van het apparaat te horen dat aangeeft dat de spanning weer op een keurige 2,4 zit, als je op je hurken aan de andere kant van de auto zit, met enige kracht het luchtding tegen het ventiel aan het aandrukken bent en steeds wordt afgeleid door pssssj – pssssj – pssssj.

Maar ondanks dit ongemak doe ik het met een zekere trouw. “Sneller, stiller, zuiniger”, daar ben ik erg voor. Ik begreep in eerste instantie dan ook niet waarom ik onlangs bij het invoegen op de snelweg getoeter hoorde en de bestuurder van de toeterende auto een gebaar zag maken dat nog het meest leek op het doodknijpen van een mug tussen duim en wijsvinger. Hûh? Aangekomen op de plaats van bestemming begreep ik het echter wel: een bijna platte achterband. En zeker weten dat ik de zaak nog geen week eerder op spanning had gebracht. F..k! Spijker? Ventiel los? Scheur? Vandalisme? Bij controle bleek de spanning 0,8 te zijn en moest ik zelfs nog vijftig cent extra investeren om het in orde te krijgen. Al half van plan om maar meteen door te rijden naar de garage (na de Wegenwacht de andere hoop in bange dagen) bedacht ik dat ik het eerst een paar dagen zou aanzien. En verdraaid, het ging zeker twee weken goed. Bij iedere rit even een schop tegen de band: ja hoor, prima. Maar toen: wéér plat. Dit keer was het mijn vader die deze auto-beet van de juiste probleemanalyse voorzag: parkeren doe ik strak, uit angst voor m’n in-de-kleur-van-de-carrosserie-gespoten spiegels, dus nog wel eens tegen de stoeprand. In dat geval wordt de band een beetje losgedrukt van de velg. Van die mooie velg. En ontsnapt er lucht. En krijg je een platte band. Sindsdien parkeer ik angstvallig met minimaal twee centimeter tussen band en stoeprand. Het werkt!

Reacties zijn gesloten.