Een baan verkopen aan een vrouw

Vorige week schreef ik hier over diversiteit, waarbij ik fijn mijn gram heb gespuid over de beperking van dit begrip tot ‘hoogopgeleide allochtonen’. Vandaag een andere knuppel in het hoenderhok: mannen en vrouwen. Het viel me al op dat ik bij het zoeken naar een plaatje bij dit bericht (zoekopdracht: werkende vrouw) veel afbeeldingen tegenkwam van vrouwen die onhandig aan het balanceren zijn met kinderen, laptops en dossiers, óf – bizar – van zwangere buiken (nee, niet de hele vrouw, alleen de buik).

Blijkbaar blijven we ook hierbij nog steeds hangen in stereotypen…

En misschien is dat in het hele diversiteitsverhaal wel het grootste probleem: stereotypering, gemakshalve maar van van alles uitgaan en weinig vragen stellen. Wat natuurlijk voordelen heeft, want het scheelt denkwerk, maar wat ook – bij mij tenminste – tot irritatie leidt. Vrouw = kinderen. Toen wij ons eerste huis gingen kopen (in 1986, ja sorry hoor, het huis kostte 50.000 gulden), zei de hypotheekmeneer dat we er bij de hypotheek rekening mee moesten houden dat ik “zou stoppen met werken als er kinderen kwamen”. Kwader dan toen ben ik niet vaak meer geweest. Maar het brengt me wel op het volgende. Ambitie.

Ambitie

Gevaarlijk onderwerp, ambitie. Er wordt wel gezegd dat vrouwen geen ambitie hebben. In mijn speurtocht naar ‘diversiteit’ vorige week kwam ik een artikel tegen waarin twee soorten ambitie werden beschreven: intrinsiek en extrinsiek. En je voelt ‘m al aankomen: vrouwen herkennen zichzelf meer in het begrip intrinsiek ambitieus – horizontale groei en verdieping, en mannen meer in de extrinsieke betekenis – verticale groei en externe profilering. Maar ze noemen zich allemaal ‘ambitieus’. In het eerste geval kun je ook als je maar twee dagen werkt ‘heel ambitieus’ zijn; voor de tweede vorm zul je moeten buffelen.

Het maakt mij geen bal uit waar je ambitie – of je motivatie – vandaan komt. Of je jezelf vooral prettig wilt bezighouden of in de buitenwereld ook nog graag wat verschil maakt. Of je voor een ‘extraatje’ werkt of omdat het plicht of noodzaak is om jezelf te kunnen onderhouden. Maar het is wel een interessante vraag of en hoe je bij recruitment met dit soort zaken rekening moet houden.

Werven van vrouwen

Al in 1994 verscheen er een onderzoek over ‘taalgebruik in personeelsadvertenties’. Wat ik me er vooral van herinner, zijn twee conclusies: vrouwen vinden het prettig om te worden aangesproken alsof ze de baan al hebben en dergelijk ‘vrouwelijk’ taalgebruik schrikt mannen niet af. Hoe dan ook, taalgebruik kan dus een belangrijke rol spelen bij het ‘aanspreken’ van vrouwen. En het is zo simpel om daar rekening mee te houden.

Maar ook de acht wetten van ‘vrouwenmarketing’ van Faith Popcorn, door Ton Rodenburg briljant vertaald naar arbeidsmarktcommunicatie en werving, wil ik jullie niet onthouden.

  • Eerste wet: Door vrouwen met elkaar te verbinden verbind je ze met je merk.
  • Tweede wet: Speel in op al haar levens, help haar met de balans werk/leven
  • Derde wet: Wanneer een vrouw zelf iets moet vragen, is het al te laat
  • Vierde wet: Richt je op haar perifere gezichtsveld en ze ziet je met heel andere ogen
  • Vijfde wet: Een vrouw wil gevraagd worden
  • Zesde wet: de ene generatie vrouwen leidt je naar de volgende
  • Zevende wet: Wanneer het merk mede wordt gebouwd door vrouwen, wordt het sterker voor ze
  • Achtste wet: Alles moet kloppen; je kunt je niet achter een mooi logo verstoppen

Ik weet niet of vrouwen door deze vorm van ‘marketing’ ambitieuzer worden; maar het lijken me nuttige tips om rekening mee te houden enne… Met die online netwerken hebben we een mooi instrument in handen om hier ook ’s echt handen en voeten aan te geven.