Het komt door Facebook of: Wat is er met de werkelijkheid gebeurd?

Het is maandagochtend, we zijn allemaal fris na een mooi weekend en ik denk dat we wel wat filosofie aankunnen. Op Psychology Today trof ik een artikel aan met de intrigerende titel: Facebook caused the recession. Kern van het verhaal: waarden zijn niet meer intrinsiek, maar extrinsiek. Wat je doet of vindt en hoeveel belang je daaraan hecht, is niet meer iets dat door je eigen morele kompas wordt bepaald, maar iets dat door ‘anderen’ moet worden bevestigd. Facebook als legitimatie of iets waar of waardevol is.

Nu is dat niet nieuw. Gemeenschappen hebben altijd een grote rol gespeeld bij het bepalen wat ‘juist’ of ‘goed’ is of hoe er over je gedacht wordt, maar de verplaatsing ervan richting online heeft daar een dimensie aan toegevoegd: er is in theorie geen beperking meer aan het aantal plaatsen waar je je mening vandaan kunt halen. Crowd sourcing als bron van moraal. Dat is wél nieuw.

Moraal is natuurlijk overal. En ook op internet woedt de discussie over de vraag hoe we ons ‘moeten gedragen’. In het boek Leven op het net uit 2000 (!) handelt één van de hoofdstukken over ‘virtuele moraal’: hoe komen ‘afspraken’ tot stand als de traditionele instituties er niet meer zijn? Dan komt moraal voort uit de inhoud van de onderlinge interactie – samen bepalen wat wel of niet kan. Maar de doorloop van deelnemers aan de virtuele gemeenschappen is hoog, er komen continu te socialiseren ‘newbies’ bij en dus moet deze moraal telkens en telkens weer vastgesteld worden. In een wereld die niet wordt bevolkt door concrete personages – zoals bijvoorbeeld in ‘het dorp’ – maar door ‘personal brands’; virtuele personen die weinig meer zijn dan een optelsom van zorgvuldig gemanagede percepties en waarbij je eigen imago ook een belangrijke rol speelt, is dat per definitie een vloeibaar geheel.

Vrijblijvendheid

Wat gebeurt er als ‘moraal’ wordt gedefinieerd met behulp van continu wisselende interactie op basis van ‘weak ties’ en vrijblijvendheid? Als de mogelijkheid bestaat om weg te duiken als iets niet bevalt, iets wat je niet kunt doen als je door je buurman of buurvrouw op je gedrag wordt aangesproken? In de virtuele gemeenschap zelf is dat misschien nog niet zo’n probleem; de dynamiek van de zichtbaarheid en interactie creëert een eigen ‘morele monitoring’. Maar voor de individuen ligt dat anders; ze kunnen zich op ieder moment aan die monitoring onttrekken en zich aansluiten bij een groep die er andere ideeën op nahoudt. Wat voor consequenties krijgt dat in real life?

“(The) real intrinsic value of anything lies in the direct knowledge an individual has of it, and the benefit he or she finds in using it. This is the basis of true information, of honesty, of knowing our place in the world on both macro and micro scales. Stray too far from internal values and you start believing in bubbles. Spend too much time seeking the approval of others and you lose yourself.” Of, zoals dit artikel op RecTec: “Ten eerste moeten mensen steeds beter weten wat hun wortels zijn, hun eigen normen en waarden. Dat is iets dat ik zelf merk dat heel veel mensen lastig vinden, ze weten wel wat ze niet willen, maar niet wat ze wel willen.” Jezelf verliezen is een reële mogelijkheid.

Toverspiegel

Internet als toverspiegel; zien wat je wilt zien, vinden wat anderen vinden; de echte uitdaging ligt dan ook bij de vraag of we onszelf en onze kinderen voldoende ‘morele basis’ weten mee te geven om te kunnen oordelen over wat ‘juist’ is en tegelijk dicht bij onszelf weten te blijven. Over gedragscodes hoeven we ons denk ik niet zoveel zorgen te maken; maar als internet bepalend wordt voor de waarden die je – ook in de niet-virtuele wereld – hanteert, is kunnen terugvallen op dat persoonlijke morele kompas een noodzakelijke, maar bijzonder lastige klus. Als puntje bij paaltje komt, is real life – tja, het echte leven.

Een gedachte over “Het komt door Facebook of: Wat is er met de werkelijkheid gebeurd?”

Reacties zijn gesloten.