Werken bij het Rijk of werven voor het Rijk (3)

Na twee eerdere berichten – waarvan één ‘kritisch’ en één ‘constructief’, dat laatste was in elk geval de bedoeling – vandaag de derde post over de vraag welke aanpak de Rijksoverheid zou moeten kiezen met de nieuwe arbeidsmarktcampagne.

De inhoud van de vorige berichten kort samengevat: een ‘klassieke’ arbeidsmarktcampagne moet het niet meer worden en het uitgangspunt moet zijn: ruim baan voor de verscheidenheid in de organisatie zelf, het werk en bij de doelgroepen. Aan het slot gisteren een waarschuwing over de inzet van sociale media: niet meedoen om het meedoen. Over dat onderwerp gaat deze derde – en laatste – bijdrage. Moet de Rijksoverheid ‘iets’ met online sociale media, en zo ja: wat?

Online media zijn vaste prik in iedere arbeidsmarktcampagne en er zijn bijna geen organisaties die er écht totaal geen gebruik van maken. Of het nu gaat om vacatureplaatsingen op jobboards of allerlei geavanceerde mobiele toepassingen: er wordt altijd wel iets mee gedaan. Voor de online sociale netwerken geldt dat het verstandig is om je – voordat je jezelf er enthousiast midden in stort – eerst even een paar dingen af te vragen. De belangrijkste daarvan: welke van deze middelen/media zijn zinvol, past het bij de organisatie en – last but not least – heb je er de capaciteit voor?

Online sociale media voor de Rijksoverheid

Voor de Rijksoverheid is de vraag hoe ze zich op online netwerken moet gedragen een lastige en er wordt al langer mee gerommeld. Suggesties dat medewerkers zich op  fora actief als ambtenaar presenteren en tegengas geven of initiatieven als Ambtenaar 2.0… Het is zoeken. Daarom, aan de hand van de hierboven gestelde vragen, een paar noties.

Is het zinvol?

Gezien de grote verscheidenheid in doelgroepen zal het overgrote deel ervan zonder twijfel actief zijn op online netwerken. Het kán dus zinvol zijn. Maar dan geldt wel de voorwaarde dat de strategie er op is aangepast. Geen hoog-niveau employer branding of vacatures pushen, maar aandacht voor een strategie-onderdeel dat tot nu toe wat minder goed uit de verf is gekomen: job branding. Het zichtbaar maken van het werk, concreet, dagelijks, is dan de ingang. Sommige onderdelen van het Rijk – DJI met ‘De scherpe blik’ en het OM met ‘Wordt vervolgd’ – hebben dat goed begrepen. Als dergelijke initiatieven in een overkoepelend en herkenbaar concept kunnen worden ingebed, ontstaat een krachtig geheel – en tegen heel wat lagere kosten dan nu het geval is.

Past het bij de organisatie?

Tja… Wat is ‘de’ organisatie? De grote verscheidenheid is al genoemd en dat zou een complicerende factor kunnen zijn; wat bij het ene onderdeel past, past misschien niet bij een ander. Maar ondanks deze verscheidenheid zijn er wel degelijk ‘Rijksoverheidsbrede waarden’ te formuleren die hierbij behulpzaam kunnen zijn. Denk aan: zorgvuldig, rechtvaardig, kostenbewust of transparant. Als de bijdragen aan dergelijke criteria voldoen – geen tendentieuze boodschappen of projecten waar het geld vanaf druipt – en er wordt goed gekeken naar de verwachtingen van de aanwezigen op het gekozen forum, zal de inzet van online netwerken zeker als passend, geloofwaardig en sympathiek worden gezien.

Is er capaciteit voor?

Dat lijkt me geen probleem. Wel vraagt de actieve inmenging op sociale platforms om medewerkers die specifiek belast zijn met zaken als content- of community-management. Ogen en oren, die interessante projecten kunnen opsporen, mensen kunnen activeren om bijdragen te gaan leveren en er een ‘levend geheel’ van weten te maken. Dat vraagt dus niet zozeer om méér, als wel om andere medewerkers.

‘Meedoen om het meedoen’ is geen optie; maar de Rijksoverheid kan met de inzet van online sociale media voor de arbeidsmarktcampagne meerdere vliegen in één klap slaan. Aanwezigheid op allerlei fora kan immers – naast het aansprekend in beeld brengen van het werk dat gedaan wordt – ook bijdragen aan meer begrip en nuance in de manier waarop er nu tegen ‘ambtenaren en het beleid’ wordt aangekeken; op een persoonlijke en herkenbare manier.