Geweten aan het werk

In de reeks ‘Philosophical Mondays’ weer ‘s een aardig stukje van vriend Seth, dit keer over ‘het corporate geweten‘. Hij merkt op: “Corporations don’t have a conscience, people do.” Toch worden er veel gewetens gesust met uitspraken als: “het is m’n werk”, “dat is ons beleid” of – de leukste – “ik werk hier alleen maar”.

En ik kan er nog één uit eigen ervaring aan toevoegen, namelijk: “mijn baas vindt….” Zonder dat die baas iets gevraagd is, natuurlijk. Hoe dan ook, in al deze gevallen betekent dat geen ontslag van verantwoordelijkheid. Ik vind ‘t een mooie. Maar ook een moeilijke.

Dat een ‘onpersoonlijk’ ding als een bedrijf geen geweten heeft, klopt natuurlijk. De conclusie ligt dan ook voor de hand: “the only option available to the rest of us is for individuals to take responsibility”.

Verdunning

Maar daar zitten ook wel wat problemen aan. Als we allemaal individueel verantwoordelijk gaan zitten zijn, kan dat alleen maar werken als iedereen er eenzelfde soort opvatting op nahoudt van wat ‘verantwoordelijk’ dan wel is. Meestal weet je dat alleen achteraf, als je terugkijkt in de geschiedenis. Van verzetsstrijders of bepaalde wetenschappers is dat duidelijk, die deden ‘wat goed was’. Maar ook van wat minder prettige figuren als dictators of directeuren van oliemaatschappijen zou je kunnen zeggen dat zij ‘hun individuele verantwoordelijkheid nemen’, maar zeggen we achteraf dat het ‘slecht’ was. En zo’n optelsom van alle individuele verantwoordelijkheden? Als iedereen verantwoordelijk is, is uiteindelijk niemand het. Dan valt er nooit meer een knoop door te hakken of kijkt iedereen een andere kant op. Zijn we ‘t altijd oneens. En kunnen we een nieuw kabinet op onze buik schrijven.

Liever niet al teveel individuele gewetens dus; en al helemaal niet als ‘geweten’ een excuus is voor je zin doordrijven, de baas zijn, niet meer naar andere geluiden luisteren. Sommige organisaties zijn er zelfs helemaal op ingericht om verantwoordelijkheid te ‘verdunnen’ en zo te verspreiden, dat beslissingen nooit op één persoon zijn terug te voeren. Maar dat wel binnen een democratisch, (politiek) controleerbaar kader. Van ambtenaren bijvoorbeeld wordt verwacht dat ze iedere minister – hoe weerzinwekkend diens ideeën ook – loyaal dienen en mee blijven werken aan besluitvorming. Als persoonlijke grenzen worden overschreden, trek je persoonlijk conclusies, maar coöperatief gedrag hoeft helemaal niet ‘fout’ te zijn. Als het gezamenlijk tot stand is gebracht, is er niets mis met  ’het is ons beleid’. Het scheelt een hoop gedoe en discussie, want ”we’re always free to choose, never free enough to find”.

Reacties zijn gesloten.