Ploeterende starters

Een mooi artikeltje in de Volkskrant van 2 september van Mieke van Poll (24) over de kansen van haar generatie. Hoewel er voor hen veel verworvenheden zijn – mobiele telefoons, vele televisiezenders, verre reizen – is dit ook de generatie die op dit moment ploeterend de arbeidsmarkt betreedt. “Wij zijn de generatie die goud beloofd is en nu met lood in de schoenen hoopt op een betere toekomst dan die nu voorgespiegeld wordt”.

Blijkbaar is dat om-en-om het  lot van generaties. Het komt me tenminste nogal bekend voor.

Toen ik halverwege de jaren tachtig (ook 24…) mijn eerste stappen op de arbeidsmarkt zette, zat de economie al een tijd in een dip; het waren sowieso de sombere en donkere jaren tachtig. Crisis, zure regen, atoombommen, woningnood – het kon niet anders of de wereld liep ten einde. Het doemdenken werd uitgevonden. Het motto: No Future!

Indertijd was er – kun je je nu bijna niet voorstellen – een overschot aan leraren. Wat jammer was, want ik kwam net van de Lerarenopleiding. Als ik erg m’n best had gedaan, had ik een halve aanstelling bij elkaar kunnen sprokkelen, verdeeld over drie scholen in heel Zuid-Holland. Daar voelde ik niet zo veel voor.

Pakken wat je pakken kan

“We worden niet aangenomen want we hebben geen ervaring”, zegt Mieke. “Wij kunnen geen huis kopen en ook de auto wordt te duur”. Klopt. Het is geen lolletje en ontzettend slecht voor je zelfvertrouwen als je het gevoel hebt dat niemand op je zit te wachten. Als je je afvraagt hoe je de huur moet betalen of – nee! – weer bij je ouders moet gaan wonen. “Ons wordt verteld dat ons diploma niets waard is” – nee, dat diploma is inderdaad even niet veel waard. De enige reden dat ik in 1985 toch werk had, was dat ik alles aanpakte wat langskwam. Ook als het niets met m’n opleiding te maken had. En nooit zeurde over salaris, ik vond het geweldig dat er überhaupt iemand bereid was om me te betalen voor wat ik deed – of dat nou in een vaag contract was dat ook ná de proeftijd nog zonder enig overleg kon worden verbroken, via een uitzendbureau of op wat voor bizarre manier dan ook.

Maar de starters van nu kunnen zich getroost voelen. Zoals mijn generatie er uiteindelijk nog goed vanaf is gekomen – ik ben zelfs 22 jaar in vaste dienst geweest bij de overheid, dus all is not lost en straks worden we vanzelf de baas – zal dat voor deze generatie ook gelden. En de échte opbrengsten van een tijd waarin de dingen effe niet vanzelf gaan, liggen op een ander vlak: je wordt veelzijdig, leert omgaan met tegenslagen, om vooral op jezelf te vertrouwen en je houdt er een autonome en zelfstandige instelling aan over. Het feit dat er in mijn generatie zoveel mensen als ZZP’er voor zichzelf beginnen, heeft – behalve met de tijdgeest – veel te maken met hun wankele eerste stappen op die onwillige arbeidsmarkt van 25 jaar geleden; het heeft ons onafhankelijk gemaakt.