Zielig en schuldig

De helft van de tijd heb ik twee jongens in huis. Dat betekent dat het van vrijdag tot en met maandag nooit stil is; dat de grote, snelle desktopcomputer – die waar ik m’n administratie op doe, zeg maar – continu bezet is omdat er allemaal gruwelijke games op gespeeld worden (gelukkig hebben we nog een stuk of vier van die dingen, inclusief de iPad, die overigens vaak dienstdoet als buitengewoon handig mobiel naslagwerk voor cheats); dat ik niet kan roken in huis; dat er soms een lamp of een ruit sneuvelt en dat er zo nu en dan een ongeluk gebeurt.

Zo was de jongste tijdens een stoeipartij terecht gekomen op de voet van de oudste.

Op een teen – de wijs-teen, zeg maar. De teen werd dik en deed zeer. “Gekneusd”, zei ik. “Gaat wel over”. En diep in m’n hart vond ik het nog wel een beetje verdiende loon ook. Hoe vaak had ik al niet gewaarschuwd dat dat gestoei nog eens tot ongelukken zou leiden enzovoorts.

Alleen, het ging niet over. Na twee weken gingen we dus maar even naar de dokter, ik in de veronderstelling dat ook de dokter zou zeggen: “Gekneusd. Gaat wel over”. Maar de dokter keek ernaar, viste subiet ergens een formulier vandaan en stuurde ons naar het ziekenhuis. Waar ik – maar dit tussen haakjes – in het kader van m’n rapport over de zorg met meer dan gemiddelde belangstelling heb zitten kijken naar zorgmedewerkers-in-het-wild.

Binnen tien minuten was er een foto gemaakt. Een kwartier later zaten we bij de Eerste Hulp, waar een vriendelijke dokter de foto op een beeldscherm tevoorschijn toverde en aanwees: “Dáár is het gebroken”. Gebroken! Een teen, zo’n klein ding, er zitten amper botjes in en dan toch gebroken.

Vervolgens verscheen er een verpleegkundige die vakkundig een ‘living splint’ knutselde. Met z’n drieën dokterden we uit dat dat een ‘levende spalk’ moest zijn: de gebroken teen wordt onwrikbaar aan de naastliggende teen vastgeplakt, want gips schijnt in dit geval geen optie te zijn. Nog geen anderhalf uur later waren we weer thuis.

En ik… Ik voel me schuldig. Twee weken lang heb ik gezegd: “Gekneusd. Gaat wel over”. Twee weken lang heeft dat arme kind met een gebroken teen rondgelopen en – nog erger – moeten gymmen. Zich moeten voortbewegen op van die slappe Converses (“Heb je geen steviger schoenen?”). Ik heb daarom ook niet gezeurd toen we ‘s middags nieuwe schoenen gingen kopen en de keuze viel op nogal dure en bovendien paarse Nikes.

Geen betere manier om goeie spullen te krijgen dan een moeder met schuldgevoel.

1 Reactie op Zielig en schuldig