The next step…

Drie jaar geleden ging de oudste voor het eerst naar de middelbare school. Wat had ik met het kind te doen: elke dag – helemaal alleen – fietsen naar zo’n groot gebouw, waar geen lieve juf of stoere meester meer was, maar een bataljon docenten die allemaal onbegrijpelijke vakken doceerden. Ik zag ‘m verdrukt worden in de pauzes, uitgelachen worden vanwege de zware rugzak, bezwijken onder het huiswerk…

Al die angsten waren volstrekt onterecht. Intussen aanbeland in de derde klas van het gymnasium, met zelfs behoorlijke – nou ja, redelijke – cijfers voor Grieks en Latijn, heeft hij zich uitstekend en volledig aangepast aan het ‘grote’ leven na de basisschool. Het was dus nergens voor nodig dat ik me zorgen maakte. En nu is nummer twee aan de beurt. Groep 8, adviesgesprek achter de rug, CITO-toets in aantocht en opnieuw de vraag: welke school gaat het worden?

De keuze gaat tussen een school waar je goed wordt voorbereid op de toekomst, waar je op een vernieuwende manier de bèta-vakken krijgt en waar je Chinees kunt leren… En een school die al vanaf 12 jaar aan kinderen duidelijk maakt dat de wereld volkomen geglobaliseerd is en waar je dus onderwijs krijgt in twee talen, samen met allemaal expat-kids… En ook de ‘klassieke’ school, die je talen leert waar je als toerist nergens ter wereld mee terecht kunt, maar die wel een basis van hard werken legt, doet nog mee.

We lopen de open dagen af. “Hoe vond je deze school?” “Leuk”. “Wat vond je er leuk aan?” “Weet niet” (op zo’n toon van: mens, zeur niet). Ik heb mijn voorkeuren, maar zet mijn tanden op elkaar. Ik geef geen advies, zeker niet als er niet om gevraagd wordt (wat niet gebeurt). Ik maak me geen zorgen, ook al vind ik het knap eng dat ook gup-2 straks is overgeleverd aan de grillen van de buitenwereld. Ik hoop er het beste van, maar eigenlijk… Eigenlijk ben ik al bij voorbaat razend trots. Ook deze gaat het prima redden!