Kom op, dames

Volgens de Emancipatiemonitor van het CBS is het aantal vrouwen dat financieel zelfstandig is, in vier jaar gestegen van 42 naar 46%. Hoewel het verheugend is dat de beweging in elk geval de goede kant op gaat, gaat het natuurlijk nog nergens over.

“Minder dan mannen vinden vrouwen werk belangrijk om in hun eigen levensonderhoud te kunnen voorzien”, meldt het onderzoek. En hoewel de arbeidsdeelname van vrouwen in 2010 op een behoorlijke 60% uitkomt, zijn de doelstellingen uit 2007 (65%) niet gehaald. Mini-lichtpuntje: tijdens de crisis daalde de arbeidsdeelname van vrouwen niet, terwijl die van mannen in 2010 daalde van 76 naar 74%. Maar het onderzoek biedt nog meer interessants.

Tegenover de magere 46% economisch zelfstandige vrouwen, staat 69% zelfstandige mannen. Daar zitten in beide gevallen ‘ouders’ tussen, mensen die tussen alle bedrijven door kinderen grootbrengen. En daar wordt een nieuw verschil zichtbaar: de meeste mensen vinden een baan van hooguit drie dagen per week voor moeders wel genoeg; vaders daarentegen mogen vier of vijf dagen werken. De helft van de mannen en bijna eenderde van de vrouwen vindt namelijk dat vrouwen beter voor (kleine) kinderen kunnen zorgen dan mannen. Zo werkt de moraal in het nadeel van vrouwen, wat verder verergerd wordt door de beroerde resultaten van de onderhandelingen over de taakverdeling thuis. Vooral vrouwen draaien voor het huishouden op. En in 40% van de gevallen worden er niet eens afspraken over gemaakt.

Zo wordt het nooit wat

Vrouwen zijn al geruime tijd in de meerderheid in het (hoger) onderwijs en bovendien sluiten ze hun studie vaker succesvol af dan mannen. Des te merkwaardiger dat dat nog nauwelijks terug te vinden is in het aantal vrouwen dat in de top van bedrijven terecht komt; dat aantal blijft steken op een miezerige 9%. Vergelijk dat met de cijfers van de overheid, die – hulde! – twee jaar voor het streefjaar 2009 al op de afgesproken 25% zat.

Maar deze paar positieve berichten wegen niet op tegen het feit dat vrouwen in grote lijnen gewoon achter blijven – in zelfstandigheid, inkomen én invloed. We kunnen er van overtuigd zijn dat een ‘vrouwelijke’ stijl verrijkend werkt voor organisaties, maar het wordt nooit wat als de typische vertegenwoordigers van die stijl het laten afweten. We kunnen vinden dat iedereen dezelfde kansen moet krijgen, maar dan moeten we onszelf die kansen niet afnemen.

Aan het werk. Kom op, dames.

3 gedachten over “Kom op, dames”

  1. Nederland was en is nog steeds een slecht ontwikkeld land voor vrouwen. Mijn moeder komt uit de generatie dat het ‘schandalig’ was dat je werkte en ik werd met de nek aangekeken toen ik bleef werken met 1 (nu 24), daarna 2 (nu 21) en tenslotte 3 (nu 17) kinderen. Wegens de dure en slechte kinderopvang al meer dan 20 jaar zelfstandige en zoals velen nu zonder opdrachten.

    En wat zie je, jongafgestudeerden, veel van het mannelijk geslacht die proberen aan te schuiven bij het old boys netwerk en de eindelijk goed ontwikkelde kinderopvang wordt weer aanzienlijk duurder en is weggelegd voor de hoogopgeleiden.
    We leren het nooit in de lage landen ….

  2. Inderdaad … Kom op dames!

    Heb wel eens gelezen dat de participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt hoger ligt in die landen die tijdens de 2e wereldoorlog niet bezet waren. De redenering daarachter is dat in een land zoals bijvoorbeeld Amerika of Engeland, de mannen in het leger zaten en de vrouwen dus genoodzaakt werden om het werk van mannen over te nemen. In Nederland is die situatie er natuurlijk niet geweest en volgens dat artikel is daardoor de houding t.o.v. werkende vrouwen niet fundamenteel gewijzigd. Daarbij komt dat het inkomen van de partner over het algemeen dermate hoog is dat de vrouw het zich kan permitteren om minder dan volledig te werken.

Reacties zijn gesloten.