De toekomst van AMC: 1 – het vak

“Als je je geschiedenis niet kent, heb je ook geen toekomst”, zegt Herman Tjeenk Willink in het NRC van 16 en 17 april. En ook de toekomst van arbeidsmarktcommunicatie begint bij de geschiedenis.

Voor mij bijna twintig jaar geleden, in 1992, een tijd dat de Intermediair – ik bedoel die van papier – twee centimeter dik is en een luttele paar jaar voor het moment dat wij ons zouden afvragen: “Moeten we een website?”

Daarvoor was de periode dat er ‘gewoon’ een rubrieksadvertentietje geplaatst werd en het was mij begin jaren negentig nog een beetje ontgaan dat eind jaren tachtig de eerste ‘multimediale’ campagnes ontstonden: combinaties van print en radio, bijvoorbeeld. Wat me niet ontging, was de opkomst van de vacaturebanken begin jaren negentig, in 1995 gevolgd door de eerste zwaluwen van de nieuwe tijd: nieuwe media – bij de Belastingdienst wonnen we nog bijna een prijs met een diskette, gemaakt door de toen piepjonge Lost Boys. Maar tegen de tijd dat we ons realiseren dat kortetermijn-denken eigenlijk niet meer kan, is het al bijna de eenentwintigste eeuw (1999).

Organiseren

Toch heeft het vak dan nog steeds een ‘reclamische’ insteek. Klanten laten door een bureau een ‘campagne’ maken, die op de buitenwereld wordt losgelaten. Maar de komende jaren zal de aandacht meer en meer verschuiven van het binnenhalen van medewerkers naar het regisseren van werk. Wat moet er gedaan worden, wanneer, wat mag het kosten en op wat voor manier kan het het beste gebeuren? En door wie? Zo verschuift de aandacht van buiten naar binnen. Wat een einde gaat maken aan de genoemde reclamische aanpak, aangezien ‘de juiste mensen binnenhalen’ niet meer is voorbehouden aan degene met de mooiste of beste campagne, maar aan degene die de zaak het beste weet te organiseren. Arbeidsmarktcommunicatie komt daarmee steeds dieper in organisaties te liggen ‘intern’ en ‘extern’ vloeien steeds meer in elkaar over.

Wel blijven we ons van alles afvragen. De vraag van dit moment is: “Moeten we op social media?” Tja, het gaat niet alles oplossen, maar ooit moeten we op social media. Zoals – terugkijkend – het antwoord op de eerste vraag was: ja, ooit moeten we een website. Wat ook niet alles heeft opgelost, maar arbeidsmarktcommunicatie en recruitment zullen altijd blijven zoeken naar de plaatsen waar mensen te vinden zijn. Of dat nou op een marktplein is, voor de televisie, op een website annex sociaal netwerk of op een plek die we ons nu nog niet kunnen voorstellen. Of overal tegelijk.