Ondernemend type

Drie jaar geleden kwam Ewa bij ons in huis. Opgehaald bij de Dierenambulance in Den Haag, waar ze een paar weken eerder met een gebroken pootje was afgeleverd. Al direct was duidelijk dat we een ondernemend type in huis hadden gehaald. Waar een normale kat in een nieuw huis eerst een uur in de transportmand blijft zitten en vervolgens onder de bank schiet om vanaf daar te bekijken waar hij/zij terecht is gekomen, jumpte Ewa direct het mandje uit om met de staart in de lucht haar nieuwe huis van alle kanten te inspecteren.

Elke keer als ik me gereed maak om voor een bepaalde tijd het huis te verlaten, maakt ze duidelijk dat ze best als verstekeling mee zou willen. Wat niet kan, maar ze probeert het telkens weer (er wordt in dergelijke perioden overigens zeer goed voor haar gezorgd). Alles bij elkaar vinden we Ewa een aanwinst in ons huis, maar soms geeft het ook zorgen.

Schrik van de buurt

Dat het niet lang zou duren voordat ze het – van twee kattenluiken voorziene huis – zou verlaten om ook de buurt aan een nader onderzoek te onderwerpen, was ons al snel duidelijk. Binnen een dag was Ewa de schrik van de buurt. Ze intimideert katers die twee keer zo groot zijn als zij. Ze deinst voor niets terug, ook niet om bij buren naar binnen te glippen en daar anderkats etensbakjes leeg te eten, zodanig dat de dierenarts regelmatig zegt: “Er mag wel wat af, hoor”.

We zijn dus gewend aan haar afwezigheid, maar er is één moment dat ze altijd in huis is: om half zes. Etenstijd. Eten is – dat mag duidelijk zijn – haar lust en haar leven. Als ze op dat tijdstip niet thuis is, is er iets aan de hand. Zo ook gisteren. Aan het begin van de middag was mevrouw weggeglipt en niet thuisgekomen voor de maaltijd. Sterker nog, om half twaalf was ze nóg niet thuis. Ik begon me echt zorgen te maken.

Recordtijd

Met zaklampen zochten de jongens de daken af. Ik heb de hele buurt wakkergefloten. De hele nacht het raam open laten staan, voor het geval ze via de dakgoot weer naar binnen wilde. We gingen slapen in de hoop dat ze ergens gedurende de nacht weer zou opduiken. Maar vanmorgen stond het bakje eten nog altijd onaangeroerd in de keuken. Zoeken, fluiten… Ik stond op het punt om 144-red-een-dier te bellen – ze moest wel ergens vreselijk in nood zijn, ik zag al vier gebroken pootjes voor me – toen de oudste zei: “Kijk daar eens!” Daar kwam Ewa via de schutting naar beneden, in één run door naar het etensbakje, waarvan de inhoud in een nieuwe recordtijd verdween.

Waar ze geweest is – geen idee. Wat er gebeurd is, idem. De oudste, net zo nieuwsgierig als ik, had op internet al een ‘cat cam’ gevonden, voor slechts € 35 weet je altijd waar het beest uithangt. Dat wil ik haar niet aandoen – zelfs een kat heeft recht op privacy – maar ik kon me wel vinden in zijn opmerking toen ze ons na het wegschrokken van de maaltijd eindelijk aankeek: “Als je nou weer eens bij vrienden blijft spelen, bel dan even”.