Hou op met je oorlog om talent

“The war for talent heats up”, beweerde de infographic van afgelopen zaterdag. “The war for talent is returning”, denkt ook ere.net en spoort ons aan om zo snel mogelijk actie te ondernemen. Wie dat niet doet, wacht een inktzwarte toekomst “where top applicants are both scarce and arrogant, employees leave by the droves, firms regularly raid each other for talent, and bidding for top talent is commonplace”.

Ja, ja, Amerika. Het artikel rept zelfs over ‘weaponry’ en ‘outgunned’… Maar ook in Nederland worden grote woorden niet geschuwd, zoals in dit artikel op Hi-Re: werkgevers in oorlog om talent. Laat ik het maar meteen toegeven: ik heb grote bezwaren tegen deze benadering, om te beginnen al met de uitdrukking.

Dat zit ‘m vooral om het woord ‘oorlog’. Oorlog is een situatie van gewapend conflict tussen twee groepen, waarbij veel schade wordt aangericht, veel slachtoffers vallen en die drama’s aanricht in het leven van mensen. Het is een volstrekt niet passende term en ik stel voor dat we hem in dit verband niet meer gebruiken. En dan het woord ‘talent’. Dat stond een jaar geleden al op mijn lijst van woorden die we zo snel mogelijk moeten afdanken. Een echt talent is iets kunnen wat weinig andere mensen kunnen, zoals prachtig muziek spelen of onnavolgbare bewegingen maken aan een rekstok; en je moet er nog lang op oefenen ook. Op de arbeidsmarkt is de term volstrekt gedeflateerd.

Wat is nou het probleem?

Maar daarnaast gaat er natuurlijk helemaal geen sprake zijn van een ‘strijd om talent’. Er is aanbod zat. Het aantal ‘ouderen’ (dat ben je al vanaf 45) dat niet (meer) aan de slag komt, staat op grote hoogte. De werkloosheid onder jongeren ook. Het zijn – zoals afgelopen zaterdag correct opgemerkt door Frank Kalshoven in de Volkskrant – problemen die zichzelf zullen oplossen. De ouderen zijn op zeker moment ‘onvermijdelijk’ of gaan vanzelf met pensioen en de jongeren krijgen hun kans vanzelf. Los van het feit dat die jeugdwerkloosheid nog geen fractie is van wat hij in de jaren tachtig was, komt het uiteindelijk namelijk goed: “Voor de jeugdwerkloosheid impliceert de demografische omwenteling de komende decennia een structurele daling.”

Waar we in dit land vooral last van hebben, is een beroerde aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt, waardoor er te veel van het een, en te weinig van het ander is. En er bestaat een bizarre focus op ‘hoogopgeleid, schaars personeel’, met voorbijgaan aan het feit dat het overgrote deel van het werk – in elk geval het gedeelte dat onze samenleving draaiende houdt – helemaal niet in die categorie valt.

Beide zaken hebben niets te maken met oorlog. De term is akelig en het is niet waar. Twee argumenten om nu voor eens en voor altijd op te houden met de ‘war for talent’.

2 gedachten over “Hou op met je oorlog om talent”

  1. Oorlog om talent is van den zotte. In economisch goede tijden is er wat meer aandacht voor kwaliteiten en talenten van medewerkers, maar in economisch slechte tijden is goed personeelsbeleid, talentmanagement – zoals dat zo mooi heet – ver te zoeken. Aantrekken van meer kwaliteit en talent is wel iets waarmee geschermd wordt, maar in de praktijk van alledag staat dat echt niet hoog op het lijstje. Ik weet me nog te herinneren dat een gewezen talentmanager van Fortis 5 jaar lang werkte met high potentials, die een plekje zouden krijgen binnen de bank. Maar toen het puntje bij paaltje kwam werden ze alle 500 gewoonweg ontslagen.

Reacties zijn gesloten.