Geef mij je netwerk
Facebook heeft Instagram gekocht voor 1 miljard dollar. Daarmee heeft Facebook nu ook toegang tot een veelgebruikt mobiel platform, want er wordt vooral ge-Facebookt vanaf ‘gewone’ PC’s. Bovendien zijn de foto’s op Instagram van een ander kaliber dan de familiekiekjes op Facebook, wat de ‘kwaliteit’ van de informatie waarover Facebook kan beschikken verhoogt. Een voorbeeld van het verzamelen van zo compleet mogelijke ‘profielen’.
Tijdens het Social Networking congres van de ABNAMRO op 5 april moesten de aanwezigen een verhaal aanhoren over het ‘gratis, all-in-one businessplatform’ (dat bij nadere beschouwing trouwens helemaal niet gratis is) van Victor Mundi en ontving iedereen – ter plekke, per sms, wat ontzettend op het randje is – een uitnodiging om zich er bij aan te melden. Als lid van FNV Zelfstandigen was ik de weken daarvoor al gebombardeerd met mails en sms’en waarin de introductie van een ledennetwerk werd aangekondigd, gebaseerd op ditzelfde platform. En weer: of ik me daar wil aanmelden. Ik heb er even over nagedacht en geconcludeerd: laat ik ‘t maar niet doen.
Niet alleen omdat ik in een kleine ‘niche’ zit en er vermoedelijk meer in zal moeten investeren dan ik er uithaal. Ook niet omdat ik anti-netwerken ben; ik heb een Facebook- en een LinkedIn-profiel, een Twitter-account en een Google+-profiel (waar overigens niks gebeurt). Ik maak deel uit van verschillende offline netwerken. Het is dus niet omdat ik het nut van samenklontering niet inzie, integendeel. Maar door me aan te melden, geef ik wéér toegang tot (persoonlijke) informatie. En daar heb ik geen zin meer in.
Onzinnige aanbiedingen
De wereld komt om in de netwerken, platforms of marktplaatsen waar wij worden verleid ons bij aan te melden, bij voorkeur via een LinkedIn-, Facebook- of Twitterprofiel. Gezien de vaak magere toegevoegde waarde ervan – er valt weinig te ‘halen’, het is gebruikersonvriendelijk of sluit niet aan bij behoeften – is wel duidelijk wat de eigenlijke doelstelling van zo’n netwerk is: gegevens verzamelen, gebruiken en ‘verkopen’. Zelfs eertijds eerbiedwaardige instituten als de Kamer van Koophandel zien er geen been in om m’n gegevens door te spelen, zodat ik wordt gebeld, gemaild of anderszins benaderd met de meest onzinnige aanbiedingen. Alle boekhouders, energieleveranciers en verkopers van printerpapier zijn intussen langsgeweest; ik had in tientallen ‘telefoongidsen’ kunnen staan en honderden goede doelen kunnen sponsoren. En al deze mogelijkheden hebben één ding met elkaar gemeen: het had mij uiteindelijk geld gekost.
Facebook koopt Instagram om nóg meer van mensen te weten te komen; daar hebben ze 30 dollar per persoon voor over. Door me aan te melden bij een ‘business netwerk’ lever ik mijn gegevens in, inclusief die van degenen die in mijn netwerk zitten. Hoeveel zou dat waard zijn? Ik ben dat rücksichtslos verzamelen van persoonsgegevens zat; ik doe dus even niet meer mee.
Reacties zijn gesloten.
Zoeken
Veelgelezen
- Het maken van een recruitmentsite
- Het maken van een recruitmentsite – Eisen en wensen
- Waar is de creativiteit in personeelsadvertenties gebleven?
- Creativiteit in personeelsadvertenties – het kan best
- De maffe arbeidsmarkt
- De vacaturetekst blijft een zorgenkindje
- De verhouding tussen stress en productiviteit
- Employer branding werkt! Een beetje.
- Wat de banen van de toekomst zijn
- Loopt HR blind achter technologie aan?
Reacties
- Arbeidsmarktcommunicatie op Waar is de creativiteit in personeelsadvertenties gebleven?
- Arbeidsmarktcommunicatie op Het maken van een recruitmentsite – Eisen en wensen
- Frank de Bie op Het maken van een recruitmentsite
- Jacco Valkenburg (Recruit2.nl) op Het maken van een recruitmentsite
- Annemarie Stel op Het maken van een recruitmentsite


Mis niks!
Wil je twee keer per week wervingsvisies in je feed of mailbox ontvangen? Meld je dan hier aan!