Er bij horen of er niet bijhoren, dat is de vraag

Er wordt weer eens fijn ruzie gemaakt in dit land. Vakbonden en werkgevers denken – begrijpelijk – zeer verschillend over een fenomeen dat al een behoorlijk aantal jaren bestaat: payrolling. Iemand werkt voor organisatie X, maar is ‘in dienst’ bij een ander bedrijf dat alle financiële en andere verantwoordelijkheden voor rekening neemt.

Werkgevers vinden het een mooie manier van flexibilisering en bovendien kunnen payrollbedrijven ‘professioneel’ werkgeverschap leveren in wat minder ontwikkelde sectoren. Vakbonden vinden het een asociale manier van het ontlopen van verantwoordelijkheid. En, zoals bij alles, zitten er waarheden aan beide kanten. Maar in dit geval is de kans groot dat de vakbonden zijn verwikkeld in een hopeloos achterhoedegevecht.

De flexibilisering gaat immers gewoon door (met tientallen verschillende ‘constructies’ waarin medewerker X bij organisatie Y aan de slag kan zijn, waarvan payrolling er slechts één is). Op flexibele basis ingezette medewerkers zijn er al veel langer. Van uitzendkrachten en interim-managers tot ZZP’ers en nulurencontractanten. Vorig jaar kwam Atos hiervoor met een nieuwe term, de ‘near employee’: dat je wél voor een bedrijf werkt, maar géén kerstpakket krijgt.

Seriële monogamie

Het lijkt me veilig om te veronderstellen dat het mensen over het algemeen weinig uitmaakt waar uiteindelijk hun salaris vandaan komt, als ze zich maar voldoende serieus genomen voelen en de sfeer op het werk goed is. Illustratief in dit verband is de constatering dat de meeste mensen die via payrolling aan het werk zijn, daar tevreden over zijn (met de aantekening dat het onderzoek waar dit uit blijkt, gedaan is in opdracht van… een payrollingbedrijf). Maar ook hier geldt natuurlijk: of het goed of fout uitpakt, hangt er vooral van af hoe een werkgever ermee omgaat. De toekomst lijkt er onafwendbaar één te worden waarbij de baan-voor-het-leven bij een werkgever wordt ingeruild voor een soort seriële monogamie of allerlei tussenvormen in arbeidsrelaties. In 2010  kregen 83.000 mensen een vast dienstverband, in 2011 waren dat er nog slechts 2.000, wees onderzoek van het UWV uit. Er zijn inmiddels meer dan 700.000 ZZP’ers. Nu heeft dat ongetwijfeld ook met de crisis te maken, maar het gaat om zulke grote aantallen; het is een teken aan de wand.

Versloffen

De uitdaging wordt dus niet om – zoals de vakbonden lijkten te propageren – terug te keren naar ‘oude’ omgangsvormen, maar om al dat los-vaste spul bij de les te houden. Immers, mocht die krappe arbeidsmarkt er uiteindelijk toch komen – wat gezien de demografische ontwikkelingen voor de hand ligt – dan is het zaak om ervoor te zorgen dat al die medewerkers, vast, flexibel, tijdelijk of in welke vorm dan ook, graag voor je willen werken. Dat zal het moment zijn dat werkgevers – zoals bijvoorbeeld de overheid – die payrolling ‘misbruiken’ om snel en goedkoop van mensen af te komen, de prijs gaan betalen. Zeker als ze daarbij onvoldoende investeren in fundamentele vragen als: waarom doen we wat we doen en waarom op deze manier? Met andere woorden, als ze hun employer brand laten versloffen. Om een goede werkgever te zijn hoeft het salaris niet van je eigen afdeling P&O te komen. Maar een heldere koers en een respectvolle behandeling van medewerkers zijn daarvoor wél hard nodig. Zodat iedereen het gevoel heeft er gewoon bij te horen.

Een gedachte over “Er bij horen of er niet bijhoren, dat is de vraag”

  1. Interessant artikel, ik denk dat zoals je al schrijft het de werknemer niet zoveel uitmaakt waar z’n geld vandaan komt, als het er maar komt. En wat de betrokkenheid betreft, ik denk dat bedrijven altijd moeten streven naar zo veel mogelijk betrokkenheid tussen werknemer en personeel. Een werknemer moet in mijn ogen iedereen uitnodigen op de bedrijfs borrel bijvoorbeeld. Ongeacht of ze via een payrollconstructie, uitzendburea of in vaste loondienst zijn.

    Tevreden werknemer = betere productie = tevreden werkgever.

Reacties zijn gesloten.