Geen grote uittocht en zeg maar dag tegen het employer brand

“De uitstroom van ambtenaren bij het Rijk is lager dan de overheid eerder in haar rapport De grote uittocht had voorspeld”, meldt InOverheid. Onder invloed van de crisis nadert de vrijwillige uitstroom namelijk tot nul en er wordt bovendien langer doorgewerkt. Desondanks vliegen er meer mensen uit dan in, als gevolg van taakstellingen en inkrimpingen.

En zoals gewoonlijk raakt dit allemaal vooral de mogelijkheden voor jonge mensen. Op een handjevol traineeships na – bij de Rijksoverheid algemeen of bij Financiën of Rijkswaterstaat – is de instroom van starters zo ongeveer tot stilstand gekomen. Gecombineerd met een aantal andere, niet al te handige manoeuvres – bijvoorbeeld het gebruik van bepaalde constructies om gemakkelijker van mensen af te komen – is dat allemaal zeer onbevorderlijk voor het (huidige en toekomstige) employer brand van de Rijksoverheid.

Het beeld rijst op van een opportunistische, vergrijsde en in zichzelf gekeerde club. Van een organisatie die zich niet voorbereidt op de uitstroom die – later dan gepland, maar toch – uiteindelijk gaat optreden, zoals het meest recente rapport van de Algemene Rekenkamer blootlegt. Van gevoel van urgentie ontbreekt echter ieder spoor. Deels op basis van typisch bureaucratische argumenten: er is geen instrument “voor een uniforme beoordeling van de kwaliteit van het personeel” en het nieuwe, gezamenlijke personeels­admini­stratiesysteem biedt “nog onvoldoende functionaliteiten”. Bovendien is het onderwerp “niet verankerd in de planning- en controlcyclus”. Tja, je kunt tot in lengte van dagen wachten tot aan alle voorwaarden voldaan is, maar je hebt geen thermometer nodig om vast te stellen dat het warm is.

Grote zaken

En – helaas, moet ik zeggen – het beeld van een spartelende, ambtelijke Rijksoverheid die onvoldoende naar de toekomst kijkt, wordt in de ‘nieuwe’ campagne ook niet rechtgezet.

Daar gaat het nog steeds over de grote onderwerpen – veiligheid, zorg, onderwijs – die echter niet of nauwelijks ‘dichtbij’ worden gebracht. Nergens wordt getracht het werk te voorzien van handvatten voor persoonlijke zingeving, ondanks de nadruk op ‘maatschappelijke impact’. Er wordt nauwelijks een toekomstperspectief geschetst. Het handjevol vacatures bevat termen als “Jouw taken zijn onder andere het opstellen van ontwikkelplannen en rapporteert over voortgang”, los van de taalkundige misser een nietszeggende tekst, evenals inhoudsloze zinnen als “Je stelt beleidsadviezen op voor de ambtelijke en politieke leiding”. De zo belangrijke Waarom-vraag wordt niet beantwoord. Waar moet een ontwikkelplan toe leiden? Hoe levert zo’n beleidsadvies een bijdrage aan ‘een beter Nederland”? Wie grote zaken claimt, legt zichzelf een zware bewijslast op. Vooralsnog blijft het bij horen zeggen.

Zeven likes en nul informatie

Het vlakke, weinig concrete beeld wordt voor de campagne ook niet rechtgezet door interessante content op sociale netwerken – wat juist dé plek zou kunnen zijn om zowel over de inhoud, als over de resultaten van het werk te kunnen vertellen.

De Facebook-pagina van ‘Werken voor Nederland’ telt welgeteld zeven likes en geeft nul informatie. Terwijl het voor een overheidsinstelling wel kan: de Facebook-pagina van Rijkswaterstaat geeft heel véél informatie en hun Twitter-account loopt over van de dialoog (en pikt in de bio de Waarom-vraag efficiënt mee).

Het is jammer om te zien dat de Werken voor Nederland-campagne na ruim een jaar nog niet heeft weten weg te komen van de klassieke vorm, de abstracte boodschappen en de veel te algemene vacatureteksten, c.q. functietitels en advertentiekoppen. Het is een gemiste kans dat er geen gebruik wordt gemaakt van de waaier aan mogelijkheden om de aandacht te trekken van potentiële medewerkers en hen te betrekken. Wat minder ‘grote verhalen’ en meer ruimte voor vertellen over het werk – dat zou al veel schelen. Want om in deze krimpende tijden het employer brand levend te houden en voorbereid te zijn op de vraag die – het is nota bene door de organisatie zelf vastgesteld – onvermijdelijk gaat komen, zijn aansprekender ‘verhalen’ en meer betrokkenheid broodnodig.