Het is een zooitje op de arbeidsmarkt

Het is een rommeltje op de arbeidsmarkt. Op allerlei manieren. Om maar iets te noemen: volgens het laatste onderzoek van Elsevier Beste Banen werkt momenteel één op de drie academici onder hun niveau. Ook veel HBO’ers doen dat – minder, maar toch. Op zich is dat trouwens niet erg; een mensenleven duurt lang en bij praktisch iedereen komt het uiteindelijk goed. Het is akelig als je hard hebt gewerkt om dat diploma te krijgen, maar het gros vindt uiteindelijk heus wel iets dat past bij studie en/of opleidingsniveau.

Het is hooguit voor een beperkte periode een beetje kapitaalvernietiging, maar dat is een economisch probleem. En er is nog een raar, tegenstrijdig lijkend probleem. Want tegelijk met het vervullen van banen door mensen die daarvoor eigenlijk te hoog zijn opgeleid, is er een tekort – aan professionals met specifieke achtergronden. In Amerika gaat het om maar liefst de helft van de werkgevers en er is weinig reden om aan te nemen dat het in Nederland zoveel anders is.

Al helemaal niet als we kijken naar het door Manpower opgestelde lijstje met de moeilijkst vervulbare vacatures. De top tien daarvan ziet er zo uit:

1. Ambachtslieden
2. Ingenieurs
3. ICT-ers
4. Verkopers
5. Financieel personeel
6. Chauffeurs
7. Monteurs
8. Verpleegkundigen
9. Machine-operators
10. Leerkrachten

Dat komt wel heel erg overeen met de lijstjes waar al die verschillende Nederlandse onderzoeksclubs ons met toenemende urgentie op menen te moeten wijzen. Vooral als het gaat om technici of verpleegkundigen, weten we in Nederland ook niet hoe hard we moeten blèren dat het helemaal verkeerd gaat.

Doe iets

Dat vacatures niet vervuld worden, is deels te wijten aan echte ‘tekorten’ – de arbeidsmarkt vraagt er meer dan er nu zijn of de komende jaren worden opgeleverd. Of ze zijn er wel, maar niet goed opgeleid, missen bepaalde kennis of kunde. Maar deze schaarse en dus kostelijke arbeidskrachten kunnen ook flinke eisen stellen. Niet alleen aan zaken als salaris – dat vaak juist niet – maar vooral in immaterieel opzicht, zoals waardering of erkenning. En dáár valt voor al die roepende werkgevers nog wel wat winst te behalen: écht investeren in dat werkgeverschap. Want ook al zijn er tekorten, dat kun je er – zoals Marion laatst treffend zei – in elk geval voor zorgen “dat je jouw deel uit die markt haalt”.

Nee, wat ik écht erg vind, is als je het plaatje naar beneden doortrekt: onderin bevinden zich namelijk degenen die door alle overgekwalificeerden boven hen van de arbeidsmarkt worden weggehouden. En dat zijn altijd degenen voor wie het toch al lastig is om een baan of werk te vinden en te houden. Laten we onze zorg(en) dus vooral laten uitgaan naar degenen die – door alle substitutie – ergens helemaal onderin de arbeidsmarkt écht in de verdrukking dreigen te komen. Want ik vind het rot voor werkgevers als ze hun vacatures niet kunnen vervullen, maar uitsluiting… Dat is het echte probleem.