Waarom een arbeidsmarktpositionering anders is

Anders als in: anders dan een corporate of marketingpositionering. Dit artikel op Molblog haalt een klassieker op het gebied van positioneren aan: Positioning: The Battle for Your Mind (na meer dan twintig jaar nog steeds verkrijgbaar). Positioneren wordt daarbij omschreven als “creating a ‘position’ (…) that reflects a company’s (…) strengths and weaknesses as well as those of its competitors”.

Waarom een arbeidsmarktpositionering anders is

Een positie die de sterke en zwakke punten van een ‘merk’ én van de concurrenten weerspiegelt. Zo’n positie heb je natuurlijk niet alleen voor de leuk en de volgende vraag is daarom: wat heeft je doelgroep eraan? Wat is hun beeld en welke behoefte vervult het merk in deze perceptie van de doelgroep? Dat kan van alles zijn: ergens bijhoren, zorgen voor het milieu, voordeel behalen… Maar het is vooral dit begrip ‘perceptie’ dat het verschil maakt tussen een corporate of marketingpositionering en een arbeidsmarktpositionering.

Bedrijven proberen een bepaald ‘gevoel’ of ‘beleving’ aan hun merk(en) te koppelen: drink Coca Cola en je leeft ‘positively’. BP profileert zich als een ‘groen’ bedrijf. Draag Nikes en je bepaalt je eigen prestaties. Dat je van Cola vooral dik wordt, dat BP pas na lang aandringen een door henzelf met olie volgesmeerde kust laat schoonmaken en dat slechts een handjevol Nike-dragers er in slaagt om in de één of andere sport daadwerkelijk meester te worden, lijkt de gemiddelde consument daarbij niet te deren.

Zwartgallig

Dergelijke beweringen worden vaak gemakkelijk geaccepteerd, al voldoen de meeste merken maar gedeeltelijk aan het beeld en komen veel ‘gebruikers’ nog niet in de buurt van de beloofde effecten. En dat is meestal niet erg; als je na het drinken van Coca Cola nog steeds zwartgallig bent, kun je zo overstappen naar Pepsi of Euroshopper; misschien werken die wél. Of je stapt over op Fanta. Of je had er sowieso al geen echte verwachtingen bij. Maar in het geval van een arbeidsmarktpositionering geldt een verzwaarde bewijslast: roepen alleen is niet genoeg. En niet zozeer omdat liegen niet netjes is, maar omdat een ‘baan’ iets totaal anders is dan een consumentenproduct; het is iets waar mensen veel tijd én zichzelf in steken. Als het dan tegenvalt, als de werkelijkheid bij de perceptie achterblijft, dan is de teleurstelling er écht. Met alle gevolgen van dien, zoals irritatie, boosheid of erger. Het moet dus gewoon kloppen.

Om een goede arbeidsmarktpositionering te definiëren, heb je altijd je medewerkers nodig. Zij zijn de enigen die er echt iets over kunnen zeggen. Er zijn allerlei manieren om de daarvoor benodigde kenmerken, kernwaarden en karakteristieken van je organisatie naar boven te halen (hier kun je een praktijkvoorbeeld lezen over één methode, de Positioneringsworkshop). Maar uiteindelijk moet gelden: wat je ziet is wat je krijgt.