Flex or no flex?

Afgelopen weekend liet ik me op Twitter ontvallen dat ik het wel okay vind dat de overheid 3.500 mensen die nu via inleenbedrijven werk doen in bijvoorbeeld de schoonmaak of beveiliging, (weer) ‘gewoon’ in dienst gaat nemen.

flex

Ik kreeg subiet op mijn lazer van Pierre Spaninks: goede bedrijven, die hard werken aan verbetering van de positie van ‘hun’ flex-, deta- of payroll-populatie, zouden daarvan de dupe worden. Ik geef toe: van die kant had ik het nog niet bekeken toen ik achteloos mijn tweet de wereld in stuurde.

Het is fijn dat er bedrijven zijn die op een verantwoorde manier met hun los-vaste medewerkers omgaan, zeker als je je realiseert dat de georganiseerde misdaad nog elk jaar 25 miljard euro verdient aan mensenhandel en slavernij. In Europa. Maar het feit blijft dat er soms een akelig gat gaapt tussen degenen die wél, en degenen die níet beschikken over een exclusief financieel, sociaal en psychologisch contract met één werkgever. De jaren dat de wetgeving in het teken heeft gestaan van bescherming van werknemers, hebben hun sporen nagelaten in de vorm van een driedeling van de arbeidsmarkt: vaste medewerkers, flexibele medewerkers die prima voor zichzelf kunnen zorgen en tot slot, ergens aan de rafelranden van onze samenleving, flexibele medewerkers die niet goed voor zichzelf kunnen zorgen.

Schrijnend

In die  laatste categorie vinden we veel werk aan de ‘onderkant’ van de arbeidsmarkt: ongeschoold of laaggeschoold werk, met matige betaling, slechte arbeidsomstandigheden en weinig zekerheid… Of ze nu uitzendkracht, payroller of schijnzelfstandige heten, wat zij met elkaar gemeen hebben is gebrek aan keuze, gebrek aan geld en – daardoor – gebrek aan mogelijkheden om zelf veel aan hun situatie te doen. Juist onder deze groep is de werkloosheid schrijnend, want vaak uitzichtloos óf ze werken onder belabberde en/of onzekere omstandigheden. Voor hen is het plan van de overheid daarom prima. Sterker, daar zouden een aantal andere bedrijven of sectoren een voorbeeld aan kunnen nemen.

En de bedrijven die goed voor hun flexwerkers zorgen? Goede wijn behoeft geen krans. Als ze echt goed zijn, drukken ze de probleemtypes wel uit de markt. En ja, misschien raken ze voor een deel de overheid als klant kwijt, maar dan blijft er nog altijd meer dan voldoende klandizie over.