verzameladvertentie

De ene verzameladvertentie is de andere niet

Stapelen is een doorgaans efficiënte manier om veel dingen kwijt te kunnen op weinig ruimte. Dat geldt voor houtblokken, maar het geldt ook voor personeelsadvertenties. Eén van de manieren om in dat opzicht de ruimte optimaal te benutten, is door gebruik te maken van verzameladvertenties. Deze en andere advertenties zijn nog altijd niet dood, maar – enkele miskleunen  daargelaten – er wordt tegenwoordig wel op een andere, meestal overdachte manier mee omgegaan.

verzameladvertentie

In een verzameladvertentie worden verschillende vacatures van één organisatie bij elkaar in één advertentie gezet. Handig, want je staat als bedrijf toch weer even in de krant – die door meer mensen wordt gelezen dan we denken – en je bent geen klauwen met geld kwijt. Het is dus efficiënt. Maar de vraag is natuurlijk: is het ook effectief?

De Universiteit van Amsterdam was één van de eerste organisaties die gebruik ging maken van advertenties waarin meerdere vacatures stonden (als we de paginagrote annonces van de Rijks Psychologische Dienst van indertijd, waar soms wel honderden ‘posities’ tegelijk werden aangeboden, even overslaan). En true to themselves, echt veranderd zijn die UvA-advertenties in al die jaren niet.

verzameladvertentie

Nog steeds zwart-wit en nog steeds niet meer dan een opsomming. De kans om iets te zeggen over de organisatie, over het employer brand, wordt in deze uiting niet benut. Terwijl het wel anders kan: de concullega’s van een eindje verderop bij het Academisch Medisch Centrum, gebruiken dit type advertenties namelijk ook, maar ze pakken het anders aan.

verzameladvertentie

Hier zijn de vacatures een stuk minder prominent en is er (veel) meer aandacht voor de organisatie en de context. Het gebruik van kleur en de afbeelding van een bejaarde polsstokspringer trekken bovendien royaal de aandacht.

In beide gevallen betreft het verschillende types vacatures: van wetenschappelijk geschoolden tot ondersteunend personeel. Maar waar de AMC-advertentie behalve het bestaan van de vacatures, ook nog een wereld aan informatie overdraagt over de organisatie – bijvoorbeeld dat onderzoek naar veroudering één van de activiteiten is – blijven we daar bij de UvA-advertentie van verstoken.

Geplaagd

De effectiviteit van een advertentie wordt door verschillende aspecten bepaald. Is hij vindbaar, om te beginnen. Valt hij – in het geval van print, maar het geldt net zo goed voor jobboards – op tussen de andere advertenties. Spreekt hij de juiste doelgroep aan? Wat dat betreft zullen beide advertenties geplaagd worden door een forse hoeveelheid verspilling; een werktuigkundige of medewerker personeelsadministratie is niet de voornaamste lezer van de Volkskrant of het NRC. Maar misschien nog wel het belangrijkste: geeft de advertentie of posting de lezer een beeld van de organisatie waar de vacature is? Vooral op dat laatste scoort de UvA-advertentie een heel stuk lager dan de AMC-advertentie. En dat is een kans die je in deze tijd die vraagt om profilering, branding en het zoeken naar onderscheidend vermogen, eigenlijk niet mag, maar ook niet hoeft te missen.

Waar de UvA een lijst vacatures laat zien en de kans op enige employer branding laat lopen, kiest het AMC voor de omgekeerde weg: de advertentie is vooral branding en er worden ook vacatures getoond. Van de eerste leren we dat er werk aan de winkel is. Van de laatste leren we óók hoe en waar dat werk wordt gedaan. En hoewel het twee keer zoveel ruimte kost, is het vermoedelijk tien keer zo effectief.