arbeidsmarktperspectief

We moeten er dwars doorheen

De arbeidsmarkt wordt nooit meer wat het was, zei ik vorige week. En het wordt niet zozeer een ‘oorlog om talent’ als wel een ‘oorlog om een baan’. Zeker als we kijken naar wat meestal onaardig ‘de onderkant van de arbeidsmarkt’ wordt genoemd; het arbeidsmarktperspectief op die plaats wordt somberder en somberder. In Amerika wordt zelfs voorspeld dat straks meer dan 150 miljoen gegadigden zullen gaan knokken om niet meer dan 44 miljoen “low-pay, low-skill jobs”. 

arbeidsmarktperspectief

Meestal wordt de technologie als grote boosdoener aangemerkt en onderzoek wijst inderdaad uit dat bijna de helft van de Amerikanen het risico loopt dat zijn of haar baan ergens de komende twintig jaar door computers wordt overgenomen. Dat geldt niet alleen voor voor de hand liggende werkzaamheden als administratief werk, maar ook voor ‘handwerk’, al dan niet persoonlijk, gezien bijvoorbeeld de opkomst van robotkappers en volautomatische vuilnisophalers. En we ontkomen er niet aan.

“Alles verandert fundamenteel”, wordt er gezegd. Dat is misschien waar, maar het is natuurlijk niet nieuw. Veel werk dat er jaren-, misschien wel eeuwenlang geweest is, is er niet meer. Geen vraag meer naar, door machines overgenomen, geen belang meer. Niet meer passend bij de tijd. De lantaarnaansteker met z’n vlammetje is vervangen door automatisch aan- en uitgaande natrium- of ledlampen. De letterzetter is vervangen door InDesign. Maar op de een of andere manier komt er voor verdwenen werk altijd wel weer ander werk in de plaats. Soms is dat werk waarvan we niet hadden kunnen voorspellen dat het zou ontstaan; de tien banen die bijvoorbeeld in deze infographic worden genoemd, bestonden vijf jaar geleden nog niet eens. Big Data analist? Alternatieve-muntenspeculant? Privacyconsultant? We kenden ze niet, net zoals ze zich in de 18e eeuw nog niets konden voorstellen bij een machinebankwerker of een datatypist.

Duister

Het enige punt: de transitie naar nieuwe functies op de arbeidsmarkt verloopt niet volgens een vloeiende lijn. Mensen die het ene soort werk doen, zijn niet direct geschikt voor ander soort werk, hoe veel er ook wordt gesproken over ‘duurzame inzetbaarheid’ en ‘leven lang leren’. Er zijn altijd banen, beroepen en mensen die tussen de planken vallen en tot nu toe zijn dat vooral ‘eenvoudige’ werkzaamheden. De komende jaren zullen ook steeds meer ‘skilled workers’ merken dat hun werk – al dan niet onder supervisie – door apparaten wordt uitgevoerd. Ook voor hen wordt het arbeidsmarktperspectief gedurende een deel van hun werkzame leven duister. Het akelige is: daar is niet altijd een oplossing voor. De overgang van het ene soort werk naar het andere, levert slachtoffers op. Daar zullen we de komende jaren dwars doorheen moeten. Ik hoop dat we dat doen met begrip en compassie voor degenen waarbij voor langere of kortere tijd een deel van hun basis onder hen is weggetrokken.