onrust op arbeidsmarkt

Het bleef nog lang onrustig op de arbeidsmarkt

De flexibilisering van de arbeidsmarkt gaat veel invloed hebben op het werk van recruitmentprofessionals, blijkt uit het onderzoek De stand van werven 2014. Samen met reorganisaties en taken rondom ontwikkeling en mobiliteit vormt het de top 3 van onderwerpen waar dit jaar een hoop energie naartoe zal gaan. En hoewel het me plezier deed om te zien dat de zorg voor 50-plussers ook op de lijst staat – en hoger dan de zorg over de jeugdwerkloosheid – lijken vooral deze eerste drie me erg bepalend voor de komende gebeurtenissen op de arbeidsmarkt, die ondoorzichtige, complexe en dynamische plaats waar mensen samenkomen met de lastig voorspelbare en grillige vraag vanuit organisaties naar medewerkers.

onrust op arbeidsmarkt

Rustig gaat het dus niet worden. Tijdens de Employer Branding Experience 2013 vergeleek ik de arbeidsmarkt met een duiventil; er vliegt van alles in en uit en in en uit. Sommigen mogen wel naar binnen, anderen moeten lang op de plankjes buiten staan en maar afwachten of ze ooit de binnenkant nog zullen zien. Maar nu blijkt dat het er in de duiventil óók niet rustig aan toe zal gaan – interne mobiliteit wordt het parool. Dat gaat nog helemaal niet meevallen.

Het begrip ‘mobiliteit’ is inmiddels dichtbij het zilveren jubileum; we zijn er al bijna 25 jaar mee bezig. Vanaf het begin van de jaren negentig duikt het op – soms onder schuilnamen als ‘employability’ of het lelijke ‘flexicurity’. Maar altijd gaat het om ongeveer hetzelfde: je leven lang hetzelfde werk doen bij dezelfde baas is er niet meer bij en vastplakken aan je stoel gaat niet meer werken. Bewegen zult gij!

Status quo

Hoewel er altijd braaf onderscheid wordt gemaakt tussen ‘interne’ en ‘externe’ mobiliteit, is het begrip de dreigende connotatie van ‘je past niet meer bij het werk dat hier gedaan wordt’ nooit echt kwijtgeraakt. Omdat mensen gewoontedieren zijn, gehecht aan de status quo en geneigd om te willen houden wat ze hebben, leverde de hele discussie vooral angstige blikken op. En daaruit blijkt maar weer hoe slecht we onze geschiedenis kennen. Loonslaaf zijn, afhankelijk zijn van een baas, was nog maar anderhalve eeuw geleden immers helemaal niet iets om blij mee te zijn. Wie voor zichzelf kon zorgen, die deed dat. Zo niet, dan wachtte de fabriek. Vandaag de dag zijn we gewend, misschien wel verslaafd geraakt aan de goede zorgen van onze werkgevers. Maar waar ‘mobiliteit’ de afgelopen jaren faalde, knapte de economische crisis het vuile werk op. In de vorm van inkrimpingen, reorganisaties en ontslagen. Wie tijdig onder het bureau wist te kruipen, kon blijven – al dan niet met survivor’s guilt. Wie dat niet gelukt is, wordt straks veroordeeld tot de Participatiewet. 

Ik weet niet of het ons gaat lukken om de komende jaren op een fundamenteel andere manier naar de verhouding tussen werk en inkomen te leren kijken, maar één ding weet ik wel: het zal nog lang onrustig blijven op de arbeidsmarkt.