Flexibel werken

Wie brandt z’n handen aan flex?

De ABU – de Algemene Bond voor Uitzendbureaus – heeft een nieuwe directeur en deze gaat fluks van start met drie actiepunten: iets doen aan de sociale lastendruk die de prijs van het uitzenden opdrijft, het verbeteren van de negatieve beeldvorming rondom flexibel werken en het aanbieden van andere vormen van flex-dienstverlening.

Flexibel werken

Wat het eerste betreft, daar zal de ABU niet zoveel aan kunnen doen; een overheid die wanhopig op zoek is naar geld, laat zich de kansen echt niet afnemen. Maar wat de andere twee betreft: daar ligt zeker een mogelijkheid. En ik snap ook heel goed dat de ABU een graantje wil meepikken van alle ontwikkelingen rondom flexibele werkers. Na de magere jaren is de kans groot dat de vraag zich in eerste instantie zal richten op alles dat niet meteen vast in dienst hoeft en dat zijn lang niet alleen (meer) uitzendkrachten. Al vraag ik me af waarom ze er hun vingers aan willen branden.

Met uitzenden heeft de ABU vrachten ervaring en laten we wel zijn: het is één van de vormen van flexibel werk waar relatief gezien de minste ‘vlekken’ opzitten. Dit in tegenstelling tot het Wilde Westen van de overige flex-bemiddelingsvormen, zeker als we kijken naar alle zogenaamde ‘dienstverlening’ rondom zzp’ers; het barst van de payrollers, detacheerders, inhuurdesks, commerciële bemiddelaars en bemiddelingssites (op ZiPconomy worden deze laatste met enige regelmaat besproken door Mark Bassie). Ook op deze plek is al vaker aandacht besteed aan de manier waarop de arbeidsmarkt zucht en steunt onder het verdelen van vraag en aanbod van flexibel werk (onder de noemer De markt is gek). Conclusie mag wel zijn: wie een gaatje denkt te zien in deze markt, springt erin. Over kwaliteit maakt lang niet iedereen zich druk.

Respectvol

De risico’s van het aanbieden van ‘bemiddeling’ voor deze doelgroep zijn legio en de (onaangename) maatschappelijke gevolgen kunnen groot zijn. We hopen dus maar dat de ABU niet als een soort Spuit Elf allemaal variaties op bestaande dienstverlening gaat ontwikkelen en (daardoor) bijdraagt aan een verdere desintegratie van de arbeidsmarkt, maar écht op zoek gaat naar alternatieven om flexibel werk te bemiddelen op een manier die respectvol is naar zowel zzp’ers als opdrachtgevers. Dus:

  • een goede intake van opdrachten, zodat het geen loterij wordt, noch voor de opdrachtgever, noch voor de opdrachtnemer
  • zorgen voor een goede match, zodat de opdrachtgever de oplossing krijgt die hij/zij nodig heeft
  • een eerlijke kans bieden aan iedereen die een aanbod of offerte doet, dus niet: wie het eerst komt
  • bij afwijzing een terugkoppeling geven waar de aanbieder echt iets aan heeft
  • regelmatig evalueren, zowel met de opdrachtgever als de opdrachtnemer
  • zorgen voor goede tarieven, een goede betalingsmoraal en niet meewerken aan uitknijpen (geen bizarre marges)

Als ze dat als uitgangspunt nemen, kan het met die beeldvorming nog wel goed komen ook.

2 gedachten over “Wie brandt z’n handen aan flex?”

  1. Hallo Annemarie, Ik heb nu 2 stukjes van je gelezen en heb me heerlijk vermaakt. Ik mag je directe cynisme wel. Waar ik me zorgen over maak is het verdwijnen van de proeftijd bij contracten tot een half jaar. Ik ben benieuwd hoe de markt daar op zal reageren. Eerst als uitzendkracht of via proefplaatsingen, direct voor onbepaalde tijd en dan gebruik maken van de versoepeling van het ontslagrecht? Gedwongen zes maanden uitzitten met het risico dat de werknemer de ziektewet in vlucht? Groet, Marco

    PS Wetgeving; Water zoekt altijd het laagste punt. Bloed kruipt waar het niet gaan kan.

    1. Ook jouw reactie toont (weer) aan dat het onderscheid tussen ‘vast’ en ‘niet-vast’ ons intussen meer last dan gemak bezorgt. De wetgeving begint steeds meer achter te lopen, maar laat het maar aan de gemiddelde Nederlander over (werkgever, werknemer of ‘flex’-kracht) om voor zichzelf er het beste uit te halen, zelfs als je daarvoor in de ziektewet moet ‘vluchten’. Misschien wordt het tijd om het onderscheid af te schaffen.

Reacties zijn gesloten.