social collaboration

Het nut van ‘social collaboration’ – of het gebrek eraan

“Soms betekent innovatie: blijven bij dat wat werkt”, zegt Meredith Broussard in het NRC van 15 februari over het gebruik van e-books tijdens colleges (het oorspronkelijke artikel vind je hier). En ook onderstaande uitspraak van Coco Chanel (aangehaald bij de inmiddels beëindigde tentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum) geeft een ambitie aan die verder gaat dan ‘we gaan het helemaal anders doen’. Sommige dingen zijn nu eenmaal voor langere tijd en vernieuwing is niet altijd hetzelfde als verbetering.

social collaboration

Bij het idee ‘innoveren om het innoveren’ moest ik denken aan de demonstratie van (de Salesforce-app) work.com, vorige week tijdens Co for it 2014.  Even ter achtergrondinfo: work.com schijnt het voormalige Rypple te zijn. Waar ik nog nooit van gehoord had en wat vermoedelijk een verbastering is van ‘ripple’, dat ‘rimpeling’ betekent. Wat vervolgens opvallend is, omdat de meeste van dit soort ‘systemen’ pretenderen om niet zozeer een rimpeling, als wel een aardverschuiving te veroorzaken. Maar dit terzijde. Work.com is een systeem voor ‘social collaboration’ rondom een kletsapp genaamd Chatter. Ik heb er geen ervaring mee en dit is dus ook geen test of bespreking over de functionaliteiten ervan. Maar het zette me aan het denken.

Bijvoorbeeld over het feit dat je ‘vroeger’ – in het pre-sociale-media-tijdperk, zeg maar – natuurlijk contact had met je vrienden: je belde elkaar, trof elkaar op school of in de kroeg. Elke dag of misschien één keer per week. Over het algemeen: als het belangrijk was, dan zocht je contact en hoorde je hoe het ging of hoe je vrienden ergens over dachten. Nu weten we continu waar iedereen mee bezig is of vindt, en – belangrijker nog – we ontvangen continu respons op waar we zélf mee bezig zijn. Behalve dat dat heel vermoeiend kan zijn, kost het blijkbaar zoveel tijd dat er tegenwoordig zelfs testjes zijn waarmee je kunt berekenen hoeveel tijd je verprutst op Facebook.

Rookpauzes

Op het werk is de situatie in principe niet anders. Tien jaar geleden wisten je directe collega’s en je baas wat je deed en verder iedereen voor wie het relevant was. Met een systeem van ‘sociaal samenwerken’ weet echter iedereen waar je mee  bezig bent. Of kan het in elk geval weten. Met alle gevolgen van dien:

  • het leidt af van je ‘primaire’ werkzaamheden
  • het levert informatieclutter op
  • je moet telkens bepalen of iets relevant is
  • het is vermoeiend om met continue feedback om te gaan

Ik zou denken: dat kan een hoop stress opleveren. Bovendien speelt alles zich in de openbaarheid af (of wordt in elk geval vastgelegd – ook een één-op-één-DM zit ergens in een database) en dat lijkt me nou lang niet altijd wenselijk of nodig. Zelf sloot ik mijn beste deals bijvoorbeeld in het rookhol; daar staan mensen een minuut of tien met doorgaans weinig anders om handen en een beetje slim je rookpauzes plannen kan betekenen dat je nét die persoon kunt treffen waar je graag iets van wilt, maar aan wie je dat om allerlei redenen liever niet via allerlei officiële kanalen vraagt. 

Ik zeg niet dat we het niet moeten doen, die ‘social collaboration’. Of dat we niet slim moeten ‘chatten’, ‘yammeren’ of wat dan ook. Als methode om kennis te ontwikkelen of te delen of als snel uitwisselingsmedium, heeft het zeker z’n nut. Maar de andere kant van de zaak is er óók.