Put out a BOLO of: recruitment als state of mind

Een paar maanden geleden was ik bij een grote onderwijsinstelling om van gedachten te wisselen over de vraag wat ze konden doen aan recruitment van docenten. Waarbij als verzwarende omstandigheid gold dat dat altijd in relatief korte tijd moest gebeuren, want pas in het voorjaar is bekend hoeveel studenten zich hebben aangemeld en hoeveel docenten er dus nodig, c.q. betaalbaar zijn. Ik vroeg naar wat voor docenten de vraag het grootst was.

recruitment

Dat waren de usual suspects, zoals daar zijn techniek, ICT, Duits, maar ook bij docenten Nederlands bleek een lastig in te vullen behoefte. “Goh”, zei ik. “Ik ben ook juf Nederlands en ik zit er soms serieus over te denken om één of twee dagen per week les te geven”. Vervolgens ging het gesprek over de school, de huidige aanpak, de interne samenwerking en dat soort dingen en werd er niet meer gesproken over mijn wazige ambities. De weken erna bleef het oorverdovend stil. Toen ik er bij wijze van follow up een telefoontje aan waagde, waren de antwoorden die ik kreeg óók wat wazig. “Die zijn er nog niet aan toe”, dacht ik bij mezelf – soms moet de wal eerst het schip keren – en ik ging over tot de orde van de dag. Maar ik was wel een beetje verbaasd.

Er werd in het geheel niet meer gerefereerd aan mijn opmerking en ook later kwam er geen initiatief om – ik noem maar wat – eens oriënterend te komen praten of om erachter te komen hoe serieus het was. Het kan natuurlijk zijn dat ze me niet hadden gehoord (niet waar), dat er geen probleem is (dat kan) of dat ze na één blik concludeerden dat ik een belazerde docent Nederlands zou zijn (ik denk zelf van niet). Waarschijnlijk was mijn opmerking gewoon niet opgeslagen. Bottom line: er werd hen een potentiële, waarschijnlijk gemotiveerde en niet bij voorbaat ongeschikte docent in een blijkbaar lastige sectie in de schoot geworpen en ze deden… Niets. Ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat ze een kans hadden gemist. Niet omdat ik er geen les ga geven – het is de vraag of dat echt een succes zou worden – maar omdat ze niet alert waren. Uit onderzoek van het UWV blijkt dat er – ondanks teruglopende leerlingaantallen – de komende jaren een groeiend tekort aan onderwijspersoneel zal zijn, met nu al tekorten in specifieke vakken, zoals wiskunde, exacte vakken, Engels en… Nederlands.

Vijf minuten

Bij de politie in Amerika kennen ze de term ‘BOLO’ – Be On The Lookout, geen idee hoe dat in Nederland heet – om aan te geven dat iedereen waakzaam moet zijn voor een bepaalde persoon, auto of wat dan ook. Organisaties zouden als het om recruitment gaat een ingebouwde, permanente BOLO-functie moeten hebben: als zich ergens iemand aandient die mogelijk, je weet maar nooit, nu of in de toekomst een kandidaat zou kunnen zijn, aarzel dan niet. Schrijf naam en telefoonnummer op. Probeer het contact niet te laten verwateren en neem – zeker tegen de tijd dat de nood aan de man komt – de moeite van een telefoongesprekje van vijf minuten. Was het een serieus idee? Kom dan eens praten. Ben je inmiddels van gedachten veranderd? Prima, maar mogen we je naam wel onthouden? Het zijn vijf minuten die later heel veel tijd en/of geld kunnen schelen. Zeker als je weet dat er een moment komt dat het alle hens aan dek wordt. Zoiets hoeft geen hoogdravende naam als ‘talent pool’ of ‘referral recruitment’ te hebben; iedereen kan een simpel Excel-bestandje aanleggen of een apart mapje in Outlook met ‘Potentiële kandidaten voor functie X’.

Versplinterde arbeidsmarkt

We zitten door alle economische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen opgescheept met een versplinterde arbeidsmarkt: schaarste in techniek, ICT en bepaalde niches; overaanbod in administratieve beroepen en in krimpsectoren. Omdat veel organisaties in zowel schaarse, als overbezette categorieën personeel zoeken, zijn brede communicatie en globale campagnes niet effectief of gewenst; persoonlijke relaties daarentegen zijn van onschatbare waarde. Daarvoor is continue alertheid nodig en een instelling van ‘kansen grijpen’. Idealiter zou de hele organisatie ogen en oren open moeten hebben, maar in elk geval degenen die rechtstreeks bij recruitment betrokken zijn.

Het zou een teken zijn dat in dergelijke organisaties recruitment een ‘state of mind’ is. Het kan het leven een stuk makkelijker maken.