Hoe Facebook je aan een baan helpt – of niet

“Sociale media zijn de moderne banenbeurs”, zegt onderstaande infographic. Tot op zekere hoogte is dat vast wel het geval, al vinden er om de een of andere reden ook nog steeds gewoon ‘fysieke’ banenbeurzen plaats, al zijn ze een stuk kleiner dan tijdens de hoogtijdagen in de jaren negentig. Maar het is toch (nog?) niet zo dat alle baanzoekerij vandaag de dag via sociale netwerken plaatsvindt – integendeel. In de onderstaande infographic (via Jobvite) staan wat dat betreft een paar aardige cijfers.

  • In de lijst met ‘Hoe heb ik mijn baan gevonden’ gaan – in elk geval in Amerika – de referrals aan kop met 36%.
  • Gedeeld tweede zijn de goeie ouwe personeelsadvertentie in print en de jobboards, beide met 30%.
  • De sociale netwerken staan op de zesde plaats, met 16%, ná de interne vacatures en nog net vóór de (externe) recruiters.

Het is wel interessant om te zien dat bij degenen die hun baan via een sociaal netwerk kregen, Facebook vóór LinkedIn eindigt, sterker nog, bijna twee keer zoveel. De helft van de Facebookers gebruikte de site om naar banen te zoeken, tegen 25% van de LinkedInners. Blijkbaar denkt deze laatste groep dat een profiel op LinkedIn vooral betekent: gevonden worden. LinkedIn lijkt dus nog ver af te zijn van het worden van een ‘jobboard’. Al zou dat gezien alle ontwikkelingen rondom social recruiting misschien nog hun enige kans zijn…

(klik op de afbeelding voor een vergroting)

En dan tot slot nog enkele tips voor degenen die hun nieuwe baan willen vinden via een online netwerk:

  • Op Facebook: post notes, in plaats van statusupdates (die blijven langer zichtbaar).
  • Op Twitter: volg bedrijven en vacaturefeeds en stel vragen.
  • Op LinkedIn: gebruik dezelfde profielfoto als op andere netwerken, dat helpt om consistent over te komen.

Het klinkt alsof het voor LinkedIn nog een kwestie van tijd is… We zullen zien.

Hoe moeilijk kan het zijn…

Een blog schrijven is gevaarlijk. Er dreigen vele gevaren die de blogger in het bloggen belemmeren: geen ideeën, geen inspiratie, geen tijd. Liever iets anders willen doen: geld verdienen, naar de sauna. Maar lezers wennen aan een regelmatige aanlevering van verhalen en tja… Niemand stelt graag de lezers teleur. Er zijn wat trucjes om de blogger te helpen om e.e.a. goed te laten verlopen. Het opstellen van een schema en je daar ook aan houden, bijvoorbeeld. Of schrijven in het weekend. En het is reuze praktisch om daarbij gebruik te maken van de optie om posts in te plannen.

Dat werkt heel simpel. Je schrijft je verhaal op het moment dat je een idee hebt, of tijd, of inspiratie. Of als je toevallig niet in de sauna zit. Je vult de publicatiedatum in en klikt op ‘schedule’. Verhaal verschijnt op de ingevulde datum. Kind kan de was doen. Software dóet de was. Ik bedoel, hoe moeilijk kan het zijn? Niet. Maar soms gaat het toch fout. Soms is nu. Want tot mijn verbazing zag ik de lezers van wervingsvisies woensdag op een verhaal getrakteerd worden dat eigenlijk voor donderdag bestemd was. En ik zag het ‘s avonds pas hè, want overdag zat ik in de sauna. Ergens de afgelopen week was ik blijkbaar het verschil kwijtgeraakt tussen 1 en 2 februari.

Toch vind ik dat er op donderdag iets moet verschijnen hier. En worden jullie nu getrakteerd op een extra artikel dat… Eh… Dat dus nergens over gaat. En het verhaal van gisteren – dat eigenlijk nog niet helemaal af was – nou, dat krijg je nog een keer. Wel af.

Vier voorwaarden voor maatwerk in recruitment

Er gaan interessante dingen gebeuren op de arbeidsmarkt. Waar in het verleden ‘een krappe arbeidsmarkt’ betekende dat er over de hele breedte schaarsteproblemen waren, worden er nu tekorten én overschotten tegelijk voorspeld. Het kan wisselen per sector, maar ook binnen sectoren of zelfs binnen één organisatie, kan sprake zijn van misfits: voor functie X is niemand te vinden, voor functie Y staan ze massaal voor de deur.

Soms leidt het tot hartverscheurende situaties: voor functie X moet hard geworven worden en dat is goed zichtbaar, terwijl voor (zittende) medewerkers in functie Y ontslag dreigt. Dat is heel moeilijk uit te leggen en het vraagt om maatwerk; in HR én in recruitment. In HR als het gaat om een respectvolle behandeling en effectieve bemiddeling naar een andere baan of werk. In recruitment om op een efficiënte manier het schaarse goed binnen te krijgen. Maar hoe doe je dat?

Verder lezen »

De markt is gek – marktplaatsen, marktplaatsen…

Het is dieptriest om te constateren dat er steeds meer ondernemers en ondernemertjes komen die denken met weinig inspanning te kunnen verdienen aan de flexibiliserende arbeidsmarkt. Vooral degenen die werkzaam zijn in de zieltogende werving en selectiebranche en op zoek zijn naar manieren om het vege lijf te redden, hebben ontdekt dat je voor een luttel bedrag een website kunt bouwen waarop ‘vraag en aanbod bij elkaar komen’. Gevolg is dat de marktplaatsen ons om de oren vliegen.

Nou is dat allemaal tot daaraantoe, want het gros aan shitsites verdwijnt vanzelf weer. Maar tegenwoordig zijn er ook marktplaatsen waar degene die bemiddeld wordt, voor die bemiddeling moet betalen (dat noemen ze dan een ‘concept’). En dan vind ik het héél raar worden. Om het zacht uit te drukken.

Verder lezen »

Hoe online baanzoeken mobieler wordt

Online recruitment wordt mobieler en mobieler, zegt onderstaande infographic van Beyond.com. Ja, de hele wereld wordt mobieler, dus daar pakt recruitment natuurlijk wel wat van mee. Toch valt het me tegen wat er tot op heden aan vernieuwends op dit gebied te zien is – maar ik moet toegeven dat ik daar zelf ook niet echt een waanzinnig idee voor heb. De toegevoegde waarde voor recruitment is blijkbaar lastig te vinden.

  • Ruim driekwart gebruikt mobiele toepassingen om naar banen te zoeken.
  • Bijna een kwart daarvan vindt mobiel wel een mooie manier om dat ongemerkt te doen.
  • Ruim éénvijfde zoekt specifiek lokaal of regionaal.

(Klik op de afbeelding voor een vergroting)

Alles bij elkaar is het mobiel zoeken naar banen gestegen met 110%. Dat klinkt belachelijk veel, maar het heeft betrekking op een stijging van… 0 naar 11%. Dat betekent dus dat 89% van de baanzoekers dat niet mobiel doet. En dat zijn er altijd nog veel meer.

Social recruiting dicht het gat met zes trends

Nou is januari al weer bijna voorbij, maar nog steeds duiken er overal ‘trends voor 2012′ op. Dit artikel op recruiter.com behandelt er zes op het gebied van social recruiting en voorspelt dat het gat “between the recruiting power of smaller and larger companies” straks niet meer bestaat. Tja, het kán zijn dat er de komende tijd wat gaten gedicht gaan worden, maar ik moet nog zien dat het daarbij om dit soort gaps gaat.

De meeste organisaties kunnen het tempo waarin er telkens nieuwe ‘social recruiting tools’ bijkomen maar moeilijk bijhouden, laat staat dat ze ook nog in staat zijn om het immer groter wordende gat met de voorlopers op dit gebied te dichten. Maar laten we eerst eens kijken wat die zes trends volgens recruiter.com zijn.

Verder lezen »

Efficiency is zó 2011

In een geweldige (Volkskrant)column op 23 januari, met de naam De opstand tegen de efficiency-samenleving, signaleert cultuursocioloog René Cuperus een ‘stille opstand’ tegen de ‘Brave New World van hyperefficiëntie’: de ZZP-revolutie. “Een vlucht van vooral creatieve, innovatieve jongeren uit hiërarchische, creativiteitsremmende organisaties”.

In dezelfde krant, in een artikel over het ontstaan van reclamebureau N=5, komt toevalligerwijs hetzelfde thema aan de orde: vijf mannen die geen deel meer willen uitmaken van – in hun geval wereldwijde – conglomeraten, die vooral worden gestuurd door winst. Uiteindelijk vertonen dat soort organisaties immers weinig echte betrokkenheid, noch bij de medewerkers, noch bij de klanten. Het lijkt – in het kielzog van zaken als de Occupy-beweging – een maatschappelijke trend, voortgekomen uit één belangrijke vraag.

Verder lezen »

Stomme poes

Ik heb een poes. En een dakgoot. Over het algemeen gaan die twee goed samen. Eens in de zoveel tijd klimt Ewa naar buiten voor een wandelingetje, om lekker in de zon te liggen of om te bekijken of er ergens een raam open staat waarachter zich misschien een gevuld etensbakje bevindt. Ik sloeg er dan ook geen acht op toen ik haar vanmorgen weer door het raam zag wippen, de dakgoot in.

Tot ik een ijselijk geluid hoorde. Ik draaide me om en zag Ewa nog net ruggelings over de rand verdwijnen. Het ijselijke geluid werd veroorzaakt door nageltjes die zich vergeefs probeerden vast te klampen aan het zink. “De poes is naar beneden gelazerd!”, riep ik naar de jongens, waarvan er één op het punt stond naar school te gaan en de ander nog in bed lag – proefwerkweek, hoe lui kun je ‘t hebben. Ik stormde de trap af.

Plat hoopje

In de vrees de poes als een plat hoopje op de stoep aan te treffen, deed ik de deur open. Ewa schoot naar binnen. “Ze kan in elk geval nog lopen”, dacht ik. Maar dat lopen was betrekkelijk; met één van haar achterpootjes was ze héél voorzichtig. Ze moest vijf keer proberen om gewoon op haar kont te gaan zitten. En ze keek – voor de onverschrokken poes die ze normaal gesproken is – best gestresst. Dus belde ik de dierenarts.

‘s Middags mochten we langskomen. Ewa werd aan alle kanten onderzocht: kaak – check; voorpoten – check; ribben en rug – check; achterpoten – ch…! Ik zag haar iets doen wat ik nog nooit eerder heb gezien: blazen. “Ah”, zei de dierenarts. “Er is niets gebroken, maar ze heeft wel een spiertrauma in haar achterpoot”. Mooi woord, spiertrauma en het klonk – gezien de omstandigheden – redelijk geruststellend. Met een injectie tegen de pijn en druppeltjes voor de rest van de week, konden we weer op huis aan.

Waar mevrouw de trap opliep om met gekneusde poot en al gewoon wéér in de dakgoot te klimmen. Ze vrat haar bak leeg als vanouds. Ging weer aan de zwier via de schutting. Maar we zullen de komende dagen een beetje op haar letten en het raam voorlopig dichthouden. Ik zit niet op nog zo’n hartverzakking te wachten.

Hoe je je zoektocht naar een baan geheim houdt

Er zijn nog nooit zoveel plekken geweest waar je naar een (andere) baan kon zoeken als tegenwoordig. Vacaturesites, wervingssites, online netwerken… Tegelijkertijd schept het allerlei problemen die er vroeger niet waren. Bijvoorbeeld: kun je je zoektocht naar een andere baan verborgen houden voor bazen en/of collega’s? Het gevaar loert van alle kanten; heb je net alle bezopen-student-foto’s van je Facebook gehaald om geen al te belazerde indruk achter te laten, komt je manager erachter dat je ‘open staat voor carrièremogelijkheden’. Waarna hij je ontslaat!

(Klik op de afbeelding voor een vergroting)

Uit bovenstaande infographic kunnen we afleiden dat 76% van de werkers van mening is dat het onmogelijk is om een online zoektocht naar een andere baan ‘privé’ te houden. Tja, niet als je dat op je werk doet. En het is grappig dat 30% liever heeft dat collega’s achter een kantoorliefde komen, dan dat ze op zoek zijn naar een baan.

First things first. Het is crisis, per slot.

‘Liegen’ op je CV

Een aardigheidje tussendoor… Hoewel… Er wordt natuurlijk een hoop onzin verkocht in de wereld, en voor velen in dit vak zullen onderstaande plaatjes toch een zekere herkenning opleveren. Of mensen zichzelf uiteindelijk een dienst bewijzen met het ‘opblazen’ van een CV, is een tweede. Misschien is het dus helemaal niet zo’n slecht idee om ook het sollicitatiegesprek eens op een wat andere manier aan te pakken. Dat kom je er in elk geval niet met ingestudeerde teksten.

Het plaatje is beter leesbaar als je op de afbeelding klikt.

Verzuipen of meegaan met de stroom

De afgelopen tien jaar werden door Time uitgeroepen tot ‘the decade from hell’, aldus dit artikel op ere.net. Er verandert veel, bovendien in een moordend tempo en het wordt voor organisaties steeds lastiger om op al die veranderingen in te spelen. Markten veranderen, crises gooien alles omver, we worden aan alle kanten ‘bedreigd’, niets is meer voor de eeuwigheid en als klap op de vuurpijl is ook ‘talent’ tegenwoordig al na korte tijd vertrokken…

Het is niet alsof we het niet hadden kunnen weten. Al in 1965 (!) introduceerden Emery and Trist het concept van “the causal texture of the environment”. Zij constateerden dat de context van organisaties verandert onder invloed van technologische ontwikkelingen – steeds sneller en met toenemende complexiteit en dat organisaties daarop moeten inspelen. Zij onderscheidden daarbij vier typen omgevingen, van ‘random, placid’ tot ‘turbulent field’.

Maar dat waren er in 1988 al niet meer genoeg.

Verder lezen »

Survival of the extremes

Het aantal faillisementen onder detacheerders en W&S-bureaus is sinds half 2011 – na de klappen van 2008/2009 en een kleine wederopstanding in 2010 – (weer) aan het oplopen. Arbeidsmarktcommunicatie komt in de knel omdat het aantal marcom-vacatures bij de overheid en in de zorg daalt. De betaalde jobboards zitten in een flinke teruggang en lijken het te gaan verliezen van de gratis exemplaren, die het trouwens ook niet goed doen. Kortom, het is kommer en kwel in AMC- en recruitmentland.

En dat ondanks het feit dat we aan alle kanten worden gewaarschuwd voor gebrekkig handelen op het terrein van personeelsvoorziening. Vergrijzing! Arbeidsmarktkrapte! Gevaar! Is Nederland dan zo dom? Doet niemand er iets aan? Denken we: “Na ons de zondvloed”? Schuiven we het probleem door ‘naar de volgende generatie’? Wel, ik denk het niet. Ik denk dat veel organisaties in dit land zich momenteel juist uitstekend aan het voorbereiden zijn.

Verder lezen »

Hoe branding werkt met sociale media

Nu het gebruik van sociale media voor en door ‘merken’ meer en meer gewoonte wordt – hoewel ik nog niet zou durven spreken van volwassenheid – komen er ook steeds meer gegevens beschikbaar over ‘hoe dat nou werkt’. Zo ook in deze infographic ‘Branding and how it works in the social media age’. Alleen al uit de titel kun je afleiden dat hij gemaakt is door fanatieke gebruikers die maar meteen de hele ‘age’ aan social media hebben gekoppeld, maar er zitten leuke dingetjes in.

  • In de VS is Facebook stukken ‘groter’ dan Twitter: 85% van de internetgebruikers heeft een Facebook-account; 49% een Twitter-account.
  • Op Facebook heeft 57% meer dan 100 vrienden, op Twitter heeft ‘slechts’ 25% meer dan 100 volgers.
  • 42% van de Facebookers heeft wel eens een merk genoemd in een status update, tegen 39% van de Twitteraars (Twitter scoort naar verhouding dus beter, denk ik dan, hoewel dat vervolgens weer teniet wordt gedaan door de mindere volgers).
  • Gebruikers die ooit een merk hebben ‘geliked’, hebben gemiddeld meer vrienden dan degenen die dat niet hebben gedaan.

(Klik op de afbeelding voor een vergroting)

En dan twee conclusies die ik zelf bijzonder leuk vind:

  • Voor 80% van de gebruikers is het krijgen van een coupon of korting het meest op prijs gestelde stukje content, dus het gaat erg om ‘what’s in it for me’ (let wel, dit is dus niet in Nederland, hè).
  • Als het gaat om de gewenste wijze van communiceren met het merk, staan korte updates op de eerste plaats, gevolgd door… E-mail en traditionele, offline advertenties! Die laatste twee scoren bijna 50%.

Sommige dingen veranderen zélfs in de ‘social media age’ blijkbaar maar langzaam.

Vliegen talentvolle ambtenaren het raam uit? Waarheen dan?

Volgens een onderzoek van Binnenlands Bestuur en Hay Group, bestaat er bij de overheid angst voor een ‘uittocht van talent’ als gevolg van de bezuinigingen. Omdat niet duidelijk is waar die bezuinigingen precies terecht gaan komen, ontstaat onzekerheid en daardoor stappen talentvolle, jonge medewerkers over naar het bedrijfsleven.

Nou, het zou me verbazen. Even los van het feit dat jonge medewerkers er sowieso uitvliegen – wat bedoelt u: afspiegelingsbeginsel – is er één noodzakelijke voorwaarde waaraan moet zijn voldaan voordat jonge medewerkers kunnen vertrekken: ze moeten eerst binnen komen. En dat valt al geruime tijd om de drommel niet mee.

Verder lezen »

Geloof jij er wat van?

In een lezenswaardige serie van drie artikelen is de afgelopen weken op Frankwatching aandacht besteed aan het begrip ‘legitimiteit’. Legitimiteit als in: het ‘verdienen’ van acceptatie, waardering en vertrouwen. Voor sommige organisaties is het niet zo’n kunst om dat voor elkaar te krijgen; bijvoorbeeld voor wie zich met ‘goede doelen’ bezighoudt. Hoewel de lat voor dergelijke organisaties wel hoog ligt – denk aan Sanquin – wordt hun bestaansrecht over het algemeen niet ter discussie gesteld.

Daartegenover staan aardig wat bedrijven die ontzettend hun best lijken te doen om die waardering of acceptatie niet te verdienen, en dus geen vertrouwen krijgen. Dat vinden ze niet fijn. “Organisaties verliezen steeds meer hun macht en de grip op hun reputatie”, zegt het artikel en dat feit is verantwoordelijk voor de ”lastige positie waar veel organisaties zich nu in bevinden”. Huh? Welke lastige positie?

Verder lezen »