Verruwing of verzakelijking op de arbeidsmarkt

‘Spelverruwing op de arbeidsmarkt’: zowel op de FD-site als op Personeelslog was er de afgelopen tijd aandacht voor. Het verschijnsel heeft betrekking op werkgevers die werknemers onder druk zetten om voor minder geld of in een ander dienstverband te werken of het feit dat in sommige sectoren hard gesneden is in het personeelsbestand. Tja, het is crisis, denk ik maar, dan gebeuren dit soort dingen; in m’n politiek-actieve tijd noemde ik dat ‘het lelijke kapitalistische smoel van werkgevers’ en dat was toentertijd – maar dat dacht je waarschijnlijk al – niet aardig bedoeld.

Bij zo’n beetje elke ontwikkeling denken we dat dingen fundamenteel en voor altijd zullen veranderen en vaak blijkt dat enige tijd later dan wel weer mee te vallen. Dat geldt vermoedelijk ook voor een flink aantal van de observaties in de genoemde artikelen, maar er is één ding waarvan ik me kan voorstellen dat het inderdaad iets blijvends is. Voorzitter Henk van der Kolk van de FNV zegt: “Het heeft er alle schijn van dat de binding met de medewerkers losser is geworden”. Yes.

Momenteel is dat zonder twijfel een belangrijk gevolg van de mondialisering, de crisis, met saneringen en noem maar op; er is nu – even – minder behoefte aan medewerkers. Daar komt vanzelf verandering in als het economisch herstel blijkt door te zetten en de commodity arbeid weer schaarser en dus begerenswaardiger wordt. In goede tijden staan werkgevers immers vooraan om nieuwe medewerkers binnen te halen en hen zo goed mogelijk vast te houden. Het is misschien allemaal niet optimaal, maar het is zoals het is en ik hoop dat velen ervan zullen profiteren.

Macht

De crisis is echter maar één kant van de zaak. Ik ben ervan overtuigd dat het losser worden van bindingen een structurele ontwikkeling is en misschien zouden we dit moment moeten gebruiken om dan maar eens na te denken over wat genoemd wordt ‘het psychologisch contract’. Over de vraag op grond waarvan binding tussen werkgevers en werknemers plaatsvindt. Want of het nu goed of slecht gaat met de economie, of werknemers nu gewenst zijn of vooral een blok aan het been, of we er allerlei praatjes omheen verzinnen of niet, uiteindelijk is degene die over het werk beschikt én over het geld om mensen te betalen om het te doen, degene met de werkelijke macht. En hoewel dat misschien cynisch klinkt, is het ook een helder uitgangspunt. Het maakt de verstandhouding zakelijk en geeft tegenwicht aan de mooie, maar te vaak holle woorden zoals ‘mensen zijn ons belangrijkste kapitaal’ of allerlei spirituele gekkigheid. De verzelfstandiging van bepaalde groepen op de arbeidsmarkt geeft aan dat er ook vanuit de aanbodkant van arbeid een verandering is opgetreden. Als werkgevers – zoals Van der Kolk stelt – mensen zien als ‘product, als iemand die zijn “waar” aanbiedt’, waarom zou je daar dan als werknemer niet bewust aan meedoen? En een goede prijs voor je ‘product’ vragen? Dan hoeven we elkaar ook niet gevangen te houden met wollige taal die bij de eerste de beste crisis uiterst scherpe kantjes blijkt te hebben.

One Reply to “Verruwing of verzakelijking op de arbeidsmarkt”

  1. Als consultant zie ik al jaren dat grote bedrijven omvangrijke klussen (> Eur. 1.000.000) voor meer dan 95% door kenniswerkers laten uitvoeren – mensen die niet in (vaste) dienst zijn van de betreffende bedrijven. Kennis die de bedrijven slechts tijdelijk nodig (denken te) hebben, maar (dus) ook kennis die ze als bedrijf ook nooit zullen vergaren.