Tagarchief: middelen

Drie whitepapers

In de afgelopen tijd zijn hier verschillende whitepapers verschenen. Volgens Wikipedia is dat een “an authoritative report or guide helping readers to understand an issue, solve a problem, or make a decision”. De Wervingsvisie-whitepapers vallen in de tweede categorie: een gids om de lezers snel inzicht te geven in een onderwerp dat speelt rondom arbeidsmarktcommunicatie, employer branding of recruitment.

whitepaper

De drie meest gelezen gaan over Employer Branding, online aanwezigheid als werkgever en over het maken van een recruitmentsite. Voor wie ze nog niet gezien of gelezen heeft, je kunt ze hieronder alsnog downloaden. Dat kost niets, zelfs geen mailadres. Mocht je willen reageren naar aanleiding van één van de whitepapers, dan kun je een me altijd een mail sturen of op een andere manier contact opnemen.

Employer Branding

Online aanwezigheid als werkgever

Het maken van een recruitmentsite

Ik wens je veel succes!

Wat zijn we hardleers met die vacatureteksten

We weten maar bar weinig vooruitgang te boeken als het gaat om de kwaliteit van de inhoud van vacatureteksten. De vraag van sollicitanten en het antwoord van organisaties komen zelden overeen – met als enige uitzondering de functie-inhoud. Dat was tweeëneenhalf jaar geleden de conclusie van StepStone – zichtbaar in deze verhelderende grafiek uit januari 2011 – en dat is het nog steeds: organisatie en werkzoekende hebben verschillende verwachtingen.

Vacatureteksten

In 2011 gaf ik nog een vijftal tips over vacatureteksten, die blijkbaar alle vijf slecht gelezen zijn. En ik vraag me inmiddels af waarom we geen beter gebruik maken van de informatie die voorhanden is en wat de oorzaken zouden kunnen zijn dat het gebodene en het verwachte op dit punt zó uiteenlopen en blijven lopen.

Lees verder Wat zijn we hardleers met die vacatureteksten

Creativiteit in personeelsadvertenties – het kan best

Afgelopen dinsdag deed ik mijn beklag over het gebrek aan creativiteit in personeelsadvertenties. Ze lijken er de laatste tijd vooral naar te streven om zoveel mogelijk letters op zo min mogelijk millimeters te stouwen en vooral niet als doel te hebben om ook maar enigszins verrassend uit de hoek te komen. Zodat het vooral ontiegelijk saaie advertenties worden.

Saaie personeelsadvertenties.jpg

Tegelijkertijd kan er ook het nodige verkeerd kan gaan als er wél een poging tot creativiteit gedaan wordt. Onleuke grappen. Foute beeldspraak. Onvoorziene associaties. Ik was niet echt aardig in mijn commentaar en volkomen terecht vroeg Jonathan van Oudheusen wat dan volgens mij wél geslaagde, ‘creatieve’ advertenties waren. Wel, bij deze. Even voor de duidelijkheid: over smaak valt niet te twisten. Maar de volgende advertenties – losse exemplaren, dus geen onderdeel van grotere campagnes en ook niet allemaal (heel) recent – kunnen mijn goedkeuring wegdragen.

Lees verder Creativiteit in personeelsadvertenties – het kan best

Waar is de creativiteit in personeelsadvertenties gebleven?

Zomaar een willekeurige pagina uit de Volkskrant van zaterdag 1 juni 2013. Zes personeelsadvertenties. Zes keer een zouteloos ding. Het valt me al een aantal weken op. Op jacht naar suggesties waarmee Marion de Vries haar soms hilarische Facebookpagina kan vullen, kom ik meestal nog slechts dit soort fantasieloze letterbrijen tegen.

Personeelsadvertenties

Saai! Heel saai! Een kleurtje of een nietszeggende foto is vaak het enige dat er nog afkan. De echte waaghalzen doen er een QR-code bij. Maar waar is de tijd gebleven dat zo’n advertentie méér was dan alleen een – blijkbaar verplicht – soort aankondiging? Dat hij ook echt iets zei over de afzender?

Lees verder Waar is de creativiteit in personeelsadvertenties gebleven?

Hoe print het hoofd boven water houdt

“Er komt van alles bij, maar er gaat maar weinig af”, is een zin die je hier met enige regelmaat kunt lezen. Dat slaat dan meestal op de vraag of bepaalde media in staat zijn om andere uit de mix weg te drukken. Print is zo’n medium dat al jaren op de nominatie staat om uit te sterven, maar op de een of andere manier gebeurt het maar niet. Ook de infographic van deze zaterdag laat zien dat print absoluut niet dood is. En bovendien een bedrijfstak is om rekening mee te houden.

Waarom print nog springlevend is

(Klik op de afbeelding voor een vergroting)

Zo blijkt dat in Amerika elk jaar $640 miljard dollar omgaat in de printindustrie; ‘print’ in dat geval als alles wat op papier gedrukt wordt. Variërend van visitekaartjes tot tijdschriften. Dat is meer dan in de auto-, de muziek- of de game-industrie.

Brok bits en bytes

Print wordt ook – nog steeds? – goed gelezen. Op de een of andere manier lijkt iets dat je kunt vastpakken, iets stoffelijks, een grotere ‘waarde’ te hebben dan een brok bits en bytes die langsflitst op een beeldscherm. Dat is ook een belangrijke reden waarom ik mijn boek niet snel als e-book zal uitbrengen: zolang het een substantieel object is, verwacht ik meer aandacht voor de inhoud (en het voelt meer als een ‘geschenk’). Dat print goede aandacht oplevert, blijkt ook uit het feit dat sinds 2004 de respons op direct mail acties is gestegen met 14%; de respons op email marketing is met meer dan de helft gedaald. Voor elke $167 die adverteerders spenderen aan een direct mail, staat $2095 aan inkomsten; een ROI van 1300%.

Print kan een rol spelen bij het temporiseren van de informatiestroom, wat we in deze tijd van data overload wel kunnen gebruiken. En het is nog goed voor het milieu ook: wie een krant op papier leest, produceert 20% minder CO2 dan bij het online lezen. Het gebruiken van een computer vraagt bijna 2,5 keer zoveel energie als de productie van al het papier dat iemand in een jaar leest. De spam die verstuurd wordt, kost jaarlijks 33 miljard kilowattuur aan elektriciteit.

Print leeft nog.

Wat mensen doen met mobiel recruitment

Hotter than hot: mobiel recruitment. Iedereen aan de mobiele site of apps! Lang leve responsive design! Of niet? Misschien niet per se: een goed advies is: bekijk eerst eens wat je doelgroep is en wat ze precies doen op die mobiele apparaatjes van ze. De infographic van deze zaterdag doet daarvoor een voorzet.

(Klik op de afbeelding voor een vergroting)

En het eerste dat blijkt: 90% van de recruitmentsites was in 2011 niet mobiel toegankelijk. Dat percentage zal in 2012 wel wat lager liggen, maar vast nog niet onder de 50%… En hoewel het nog niet zo ver is, is al te lang wachten misschien niet slim: Nielsen voorspelt dat er in 2020 50 miljard ‘connected devices’ zijn; dat zijn er heel veel en zelfs als maar 10% dat dingetje gebruikt om zich te oriënteren op een baan of werkgever, dan kan de recruitmentwereld z’n borst nat maken voor 50 miljoen mobiele bezoeken.

Services

Maar wat doen mensen nou precies, als het gaat om mobiel recruitment? De top 5:

  • Banen zoeken
  • Job alerts ontvangen (via sms of e-mail)
  • Bijhouden hoe het met hun sollicitatie staat
  • Opzoeken wanneer er evenementen zijn
  • Lezen over het sollicitatieproces

Nu hoop ik niet dat ze dat laatste pas doen als ze op weg zijn naar het sollicitatiegesprek, maar het lijken me services die – zeker als je een ATS gebruikt – simpel te verlenen zijn.

Kool

En welke branches zouden speciaal haast moeten gaan maken? De branches waarin het meest gebruik wordt gemaakt van mobiel recruitment, zijn:

  • Retail
  • Zorg
  • Productie/industrie
  • Farmacie/biotech
  • Financiële dienstverlening

En het groeit als kool. Het lijkt erop alsof mobiel eindelijk de swing heeft gekregen die ik het een jaar geleden nog niet wilde geven. Grappig om te zien hoe hard het dan toch nog kan gaan.

Meer doen in recruitment met een QR-code

Al een flinke tijd aanwezig – bijna 20 jaar – maar nog steeds een onderschatte mogelijkheid bij mobiel communiceren: QR-codes. De afkorting van Quick Response. Een tweedimensionale streepjescode. Een razend simpele manier om in één keer een smak informatie over te dragen.

De techniek is voor iedereen vrij toegankelijk. Overal op internet zijn zogenaamde QR code generators te vinden, die webpagina’s, teksten, e-mails of sms’jes omzetten naar een serie zwarte blokjes. Het kunnen ook Google Maps-pagina’s zijn of een PayPal “Nu kopen”-link. Makelaars maken er gebruik van, scholen en retailers. En ook recruitment zou er veel mee kunnen doen.

Lees verder Meer doen in recruitment met een QR-code

Waarom we hondsmoe worden van online advertising

In 1997 werden we online geconfronteerd met 200 miljard advertenties en werd op gemiddeld 7% daarvan gereageerd. Amper 15 jaar later waren dat er 500 triljoen (een triljoen heeft 18 nullen) en werd daar in 0,1% van de gevallen op gereageerd. Aldus de infographic van deze zaterdag. Klein rekensommetje: in 1997 werd er dus 14.000.000.000 keer gereageerd, 15 jaar later was dat 5.000.000.000.000 keer.

(Klik op de afbeelding voor een vergroting)

Nu raak ik weliswaar de weg een beetje kwijt in al die nullen, maar volgens mij heeft het laatste getal er méér. Een neergang van 7% naar 0,1% lijkt weliswaar dramatisch, maar uiteindelijk wordt er absoluut gezien toch op meer advertenties geklikt. En dat zal dan wel de reden zijn dat het online nog steeds ritselt van de ads. De wet van de grote getallen. Het werkt gewoon.

Negatief effect op het ‘brand’

Maar dat wil niet zeggen dat we er altijd blij mee zijn. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat Google bij de zoekopdracht ‘ad blocker’ in 0,23 seconden 12.500.000 resultaten opdiept van browser add ons die een einde maken aan ‘hinderlijke’ of ‘irritante’ internetreclames, ongewenste volgers en banners. Maar liefst 66% van de internetters vindt dat soort zaken bijzonder vervelend en sterker nog: het heeft een negatief effect op de wijze waarop het adverterende merk wordt beoordeeld.

Hoe meer de advertenties in de persoonlijke ruimte van de ontvanger komen, hoe ergerlijker ze worden ervaren. SMS en e-mail staan daarbij bovenaan; daar wil het overgrote deel ze eigenlijk niet zien. Op Twitter kunnen de meesten al die advertenties wel verdragen. Maar de grootste pijn zit in de devices; op een tablet is online advertising tot daaraan toe; advertenties op een mobiele telefoon worden als bijzonder ingrijpend en storend ervaren.

‘Relevant’

Stoppen dan maar? Nee, natuurlijk niet. En er gloort hoop: zodra de advertenties erin slagen om – om dat woord maar weer eens te gebruiken – ‘relevant’ te zijn, neemt de ergernis af. Relevant wil in dit geval dan zeggen: aansluitend bij persoonlijke belangstelling, de actuele context, met de juiste timing of de juiste locatie. En wie er in slaagt om de advertentie op een interessante manier te formuleren – anders dan ‘Nu korting! Klik hier! – kan ook op welwillendheid rekenen.

Kortom: adverteren is prima, maar verdiep je in de ontvanger en pas je boodschap aan. Ach, what’s new.

Vernieuwing komt niet van technologie

Voorspellen is een geliefde hobby van bloggers en andere schrijvers en ik kom nog dagelijks artikelen tegen over wat er in 2013 op recruitmentgebied allemaal aan heerlijks gaat gebeuren. Welke vernieuwingen ons allemaal te wachten staan. Nu is 2013 al bijna voor 1/12e voorbij, dus ik hoop dat we er binnenkort eens mee klaar zijn, maar dat terzijde.

Het valt me op dat het gros van die vernieuwingen wordt gezocht in technologie: nóg geavanceerder video; nóg efficiëntere people aggregators; wel of geen betaalde of ‘freemium’ vacaturebanken; apps binnen sociale netwerken. Vooral de marketingblogs – waar recruitment overduidelijk toch al geen ‘field of expertise’ is – grossieren er in, zoals in dit kritiekloze artikel over het zoveelste bizarre ‘werving- en selectiesysteem dat gebruik maakt van video’s’. Ik denk dat we hier met z’n allen een denkfout maken.

Lees verder Vernieuwing komt niet van technologie

Web presence – wat kun je doen?

In het eerste deel van deze mini-serie over web presence, over content, context en plaats, kon je lezen dat het tegenwoordig een verplichting lijkt om op heel veel manieren en plaatsen online aanwezig te zijn als werkgever. Niet alleen met een recruitmentsite en op allerlei netwerken, maar ook in allerlei verschillende omstandigheden: thuis, onderweg, op het werk én op allerlei verschillende apparaatjes: PC, tablet, smartphone…

Over de verschillende apparaatjes wordt veel geschreven en meestal gaat het daarbij over ‘responsive design’: hoe je een website op verschillende devices leesbaar kunt laten zien. Soms zit er iets tussen, zoals dit artikel op Frankwatching, dat een bredere context schetst. Maar vaak is de insteek marketing. De vraag op deze plek is daarom: wat kun je concreet met dergelijke informatie als het gaat om arbeidsmarktcommunicatie, employer branding en/of recruitment? Hoe kun je optimaal rekening houden met de verschillende devices en de verschillende omstandigheden?

Lees verder Web presence – wat kun je doen?

Web presence – content, context en plaats

Had je – als je een vacature had – héél vroeger genoeg aan een saaie advertentie in de krant en een flinke brievenbus, had je een paar jaar later genoeg aan een vacaturebank en een mailadres, tegenwoordig lijkt het wel of we nergens genoeg van kunnen hebben. En al helemaal online. Recruitmentsites. CV-banken of andere databases. Profielen op al dan niet ‘professionele’ netwerken. En daarbij moeten we van alles de wereld in sturen. Updates. Tweets. You name it.

Je kunt zeggen dat recruitment en employer branding tegenwoordig draaien om iets dat – in goed Nederlands – web presence genoemd kan worden. De aanwezigheid van je werkgeversmerk op een veelheid aan platforms en sites. In Meer dan een recruitmentsite kon je lezen over de vraag hoe dat infrastructureel in elkaar kan zitten. Maar een belangrijke vraag is natuurlijk: wat ga je er dan doen? En wat laat je je potentiële kandidaten doen?

Lees verder Web presence – content, context en plaats

Van oriënteren naar solliciteren en wat dat betekent

Medewerkers in de zorg met een MBO- of HBO-achtergrond solliciteren graag via open sollicitaties. Het eigen netwerk en interne sollicitaties doen het ook goed, evenals het maar gewoon ergens naar binnenlopen of bellen. Dat blijkt uit onderzoek naar het arbeidsmarktgedrag van een aantal doelgroepen in de zorg dat ik onlangs gedaan heb. Ze gebruiken vooral informele kanalen, dus. En daarnaast een handjevol ‘traditionele’ kanalen: vacaturesites en – jazeker – printadvertenties (voor wie het zich nu al afvraagt: in het rijtje kwamen de sociale media niet voor).

Dát is makkelijk, zou je denken. Als iedereen een brief stuurt, gaan we gewoon zitten wachten tot die brieven binnenkomen en vissen we de besten er tussen uit. Weg met al het gedoe met corporate websites en Facebookpagina’s. Zeg maar dag tegen de printadvertenties en uitzendbureaus. Nooit meer investeren in  open dagen en vacaturesites. Tja. Dat zou je denken. Maar zo werkt het dus óók niet.

Lees verder Van oriënteren naar solliciteren en wat dat betekent

Werken voor Nederland: hoe de functie het aflegt tegen de vorm

Nieuw, fris en fruitig: na de advertenties heeft ook de website werkenvoornederland.nl een ander jasje gekregen. In de nieuwe campagnestijl met diagonale streepjes en herkenbaar binnen de Rijksbrede huisstijl. Het ziet er, tja, nieuw uit.

20121205-164042.jpg

Een belangrijke(r) vraag is natuurlijk of er (ook) functioneel iets is veranderd en zo ja, of het een verbetering is. Maar al bij een eerste blik op de homepage denk ik: waar moet ik kijken?! Er is zovéél: een soort Google map als megalink, een roze vak met een ‘spotlight’-vacature en daaronder nog één andere. Een kaartje met een project, ‘karatetoppers’ en topambtenaren. Van dit, van dat, van alles wat. Hm.

Lees verder Werken voor Nederland: hoe de functie het aflegt tegen de vorm

Hoe het periodiek systeem van recruitment er uitziet

“Recruitment 4.0 is een mix van: samenwerking tussen (werving en selectie)bureaus en HR-afdelingen, het gebruik van sociale media om vacatures bekend te maken en het ontwikkelen van een netwerk van passieve kandidaten voor zowel de bureaus als de organisaties”, concludeert de infographic van deze zaterdag, die gaat over het werven van wetenschappelijk personeel in de UK (voor bijvoorbeeld techniek of farmacie).

(Klik op de afbeelding voor een vergroting)

Gepresenteerd in de vorm van een soort recruitment-periodiek-systeem, wat natuurlijk vooral vorm is, maar er wel fraai uitziet (veel infographics zijn gewoon lelijk) en waar ‘Er’ bijvoorbeeld staat voor ‘Employee Referral’ en ‘Ta’ voor ‘Traditional Advertising’. Deze laatste wordt in de infographic min of meer doodverklaard, wat vreemd is als je ziet dat het middel nog door meer dan de helft van de organisaties gebruikt wordt. De overige onderzochte middelen waren: jobboards, de bedrijfswebsite, interne kandidaten, sociale netwerken en externe recruiters.

Partnership

Vooral deze laatste hebben een aardige poot aan de grond weten te krijgen bij de werving van sollicitanten met een wetenschappelijke achtergrond. Toch is er voor hen wel een waarschuwing: om succesvol te kunnen blijven, moeten ze het bedrijf door en door kennen, beschikken over een zeer goede database en zich specialiseren in bepaalde doelgroepen. Lukt dat, dan zijn veel bedrijven bereid tot het aangaan van een langdurig ‘partnership’ met een zeer beperkt aantal aanbieders en het volledig outsourcen van recruitment.

Het nut van het gebruik van jobboards of sociale netwerken wordt wel ingezien, maar de meeste organisaties waren er nog niet in geslaagd om deze middelen van een zodanig ‘filter’ te voorzien, dat er vooral goede kandidaten uit kwamen. Voor deze categorie medewerkers worden de beste ervaringen op dit moment opgedaan met externe recruiters, referrals en de bedrijfswebsite. En dus een klein beetje met sociale media.

Plat of nog platter

Woorden… Wat kunnen ze veel betekenis hebben en wat kunnen ze ook veel betekenis verliezen. Ruim een jaar geleden spuwde ik hier mijn gal over vijf woorden die door nagepraat en opblazerij nergens meer over gingen: analytics, merk, social, strategie en talent. Naar nu blijkt, was ik er minimaal één vergeten. Een term bovendien die momenteel erg in de belangstelling staat: passie.

Volgens Monsterboard is dat wat mensen tegenwoordig zoeken in een baan. Passie. Ik zou zeggen: lees allemaal het blog waarin Joost Schrage zeer to the point uitlegt waarom we deze term in de recruitmentcontext als de wiedeweerga in de ban moeten doen. Nu meteen. Want behalve dat iedereen het gebruikt – wat al erg genoeg is – betekent het ook nog eens iets anders dan ermee bedoeld wordt. Enfin, lees. Maar er kan op meer manieren misgekleund worden met de taal.

Lees verder Plat of nog platter